Ik zat tijdens het eten in het hotelrestaurant naast een leuk ouder Amerikaans stel, dat in het hotel was gekomen door toedoen van ChatGPT, zo vertelde de man. Ik wilde weten wat zijn prompts waren. Nou, hij zocht een hotel als in een sprookje, maar tegelijk wilden ze het echte Italiaanse leven meemaken.

Daar rolde La Bandita uit. Dat ligt in Pienza, een van de mooiste stadjes in Toscane. Als je aan komt rijden, over kronkelige wegen langs cipressen, doemt het op een goed moment op, zie je het liggen op een heuveltop, als een groot middeleeuws kasteel, als in een sprookje. En het hotel bevindt zich middenin het stadje, tegenover een -norse- kaasboer, naast restaurantjes en kroegjes. Levendig, Italiaans. Dus dit stel was blij.
La Bandita is het geesteskind van een ander New Yorks stel: een reisjournalist en een platenbons. John Voigtmann regelde wereldwijde campagnes voor de muziekindustrie en leefde uit een koffer – opgegroeid in Taipei, opgeleid als sinoloog, geen voor de hand liggend begin voor een Toscaanse hotelier. ‘Ik was het zat om rocksterren de wereld rond achterna te jagen,’ zegt hij. In 2005 deden ze een ‘Ik Vertrekje’ en gooiden ze het roer om, gedreven door wat hij zelf ‘dol, jeugdig optimisme’ noemt, en begonnen ze een hotel. Eerst een countryhouse, een paar jaar later kwam het townhouse, in Pienza zelf (het countryhouse is verkocht). Van zijn muziekcarrière getuigen enkele trofeeën in de townhuiskamer, bovenop de goedgevulde boeken- en platenkast. Daar hangt ook het bewijs dat George Clooney hier te gast was: hij liet een aardig persoonlijk briefje achter. Gezellige plek, inclusief (dis)honesty bar – je schenkt zelf in, en schrijft zelf op – of niet.

Wat cijfers. Het townhouse telt twaalf kamers, in een voormalig nonnenklooster van zo’n vijfhonderd jaar oud. Aan de buitenkant mocht niets veranderen, Pienza is daar streng in, dus de verbouwing gebeurde volledig van binnenuit. Dat leverde houten balkenplafonds op, bakstenen gewelven en stenen muren waar de eeuwen nog in zitten, gecombineerd met op maat gemaakt Italiaans meubilair. De kamers zijn groot, met vrijstaande baden en parketvloeren, en het bed is zeer comfortabel – na een dag door de heuvels slaap je als een roos. Sommige kamers kijken uit over de straatjes van het stadje, andere over de wijngaarden en heuvels die doorlopen tot de bergen in de verte. Eten en drinken in La Bandita is vooral erg gezellig.
Het restaurant, het Townhouse Caffè, heeft een open keuken en is een plek waar gasten en dorpelingen door elkaar zitten. De zoon des huizes is aan het werk, de kaart is lokaal: carpaccio van courgette, ravioli met truffel, en wijnen uit de buurt. Aangevuld met bijvoorbeeld een -aangeklede- hamburger, van Chianina-rund met belegen pecorino, wat echt niet verkeerd is na een week Italiaans voer. Bij mooi weer schuif je naar buiten, naar de ommuurde tuin of het schaduwrijke terras, waar het aperitivo vanzelf overgaat in de avond.

Dan Pienza. Het stadje is autovrij, en dat merk je meteen: je hoort stemmen, voetstappen, glazen. Ooit was het een gehucht met de naam Corsignano, tot de beroemdste zoon van het dorp paus werd: Pius II. In 1459 liet hij zijn geboorteplaats ombouwen tot de perfecte stad, ontworpen door architect Bernardo Rossellino, naar de idealen van de Renaissance en met de beste afmetingen. Binnen vier jaar stond het er. Het hart is de Piazza Pio II, met de kathedraal, het Palazzo Piccolomini en het stadhuis. Het ligt hoog op een berg, met een balustrade vanwaar je kilometers ver kunt kijken naar glooiende heuvels, cipressen, wat prachtige huizen en kronkelige weggetjes: het heerlijke Toscaanse cliché. Sinds 1996 staat Pienza op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Er zijn veel leuke restaurantjes en barretjes, en er zijn heerlijke ijsjes.

Je kunt natuurlijk de hele tijd in Pienza blijven – genoeg te doen. Maar het is ook een ideale uitvalbasis. Om te beginnen te voet: vanuit het hotel loop je in een uur of drie een mooie wandeling door de velden, onder meer over een stukje dat een rol speelde in Gladiator. Wie verder wil, rijdt naar al die mooie dorpjes in de buurt, plaatjes als San Quirico, Montepulciano en Montalcino, hoofdstad van de befaamde Brunello – al kun je die ook gewoon kopen in de vele winkels in Pienza. Om daarna weer terug te gaan naar je klooster, tegenover de norse kaasboer. Wat een leven!
Wil je een seintje ontvangen als er een nieuw verhaal is?
Wil jij een seintje ontvangen als Mark een nieuw boeiend reisverhaal heeft geplaatst? Laat je e-mailadres achter en krijg een bericht in je mailbox.





