Ontdek het prachtige Hôtel de Toiras op Île de Ré

Idyllisch is de beste omschrijving. Hier bestaat Donald Trump niet, geen begrotingstekort, geen inflatie. Onbezorgd is de sfeer in de haven van Saint Martin de Ré, het hoofdstadje van Île de Ré. Er liggen wat bootjes, maar het is vooral druk op de kade, waar men flaneert, neerstrijkt op een van de vele, vele terrassen, men wat eet in de bistro’s en daarna een ijsje koopt. Een zilt briesje begeleidt je terug naar het hotel.

 

En als je geluk hebt, is dat Hôtel de Toiras. Dat ligt aan de haven, op een hoek – uitzicht naar alle kanten: niet alleen de haven, maar vanuit je kamer kijk je over de oude wal en sluis heen en kun je de zon in de zee zien zakken. Vijf sterren heeft het en dan merk je bij het aankomen al fluks de bagage uit je auto wordt getild en de auto voor je wordt geparkeerd (want de haven is -zo goed als- autovrij). Klassiek vijf sterren, dus is het meubilair bij de receptie, het restaurant en de lobby mooi antiek, met een sterke maritieme insteek, te zien aan de schilderijen van zeehelden uit vroeger tijden en gravures van mastformaties. Ook in de kamer: een houten bureautje, een houten vloer, een kroonluchter, zware gordijnen en bloemetjesbehang. Niet tuttig, wel klassiek, en alles in perfecte staat.

De Toiras is een boetiekhotel, met slechts 16 kamers en dus is de service persoonlijk. Men kent je, je wordt gezien, er wordt voor je gezorgd. Twee restaurants heeft het hotel, het gastronomische George en Clarisse, meer een brasserie met een fijn terras op de kade. Daar ook het ontbijt, nu eens niet een buffet, maar aan tafel. Yoghurt, verse sapjes, charcuterie, eiergerechten, alles verfijnd en te eten tot twaalf uur – dat is ook wel eens anders. Zwemmen doe je in Villa Clarisse, het zusterhotel op vijf minuten lopen in een rustig straatje, waar het zwembad achterin een goed verzorgde tuin ligt, waar je op bedjes een boekje kunt lezen, je voetjes in het gras.

 

 

 

Bij Hôtel de Toiras gaat luxe opvallend vanzelfsprekend samen met aandacht voor de omgeving. Het hotel draagt het lokale label Acteur Ré’sponsable en kiest waar mogelijk voor producten van het eiland en de Atlantische kust: vis en schaal- en schelpdieren uit de regio, lokaal gewonnen zout en regionale zuivel. Ook bij de inkoop wordt nadrukkelijk gekeken naar biologische en verantwoorde producten, terwijl een laadpunt elektrisch reizen faciliteert. Juist omdat Toiras dit alles niet als een opzichtig groen concept presenteert, maar als vanzelfsprekend onderdeel van de bedrijfsvoering, past de aanpak goed bij Île de Ré: kleinschalig, lokaal en met respect voor wat het eiland bijzonder maakt.

 

Ile de Ré ligt voor de kust van La Rochelle, verbonden met het vasteland door een mooie lange brug. Een vlak eiland, een lang lint, ongeveer de helft van Texel, met kilometers aan ongerept strand. Ook zoiets: het is er schoon, geen rommel op straat, geen graffiti op muren. Geen wonder dat het het meest geliefde vakantieoord is voor met name de rijke Fransman, wat ook te zien is aan het soort winkeltjes rond de haven. Maar ook aan het publiek: gemiddeld stukken verzorgder dan, laten we zeggen, je op de boulevard van Scheveningen tegen het lijf kan lopen. Als gezegd, de haven is eigenlijk eén groot terras, met tal van restaurantjes.

 

 

De leukste is wellicht Bistro du Marin, waar het altijd druk is en je met een glas in de hand wacht op je tafeltje en je vervolgens schouder aan schouder zit en het onvermijdelijk is dat je in gesprek raakt met de tafeltjes naast je, waar waarschijnlijk een aardige Engelsman, want daar stikt het van. Ook uitstekend is Le Tout du Cru, zeer levendig, Julien Clerc, Fugain en Bécaud schallen hier uit de boxen en je eet er zeevruchten – fruits de mer, met een glas of twee sancerre. Of wijn van het eiland, dat kan ook nog.

 

En wat doe je op Ile de Ré? Fietsen! Een must. Overal paden, op een tandem, elektrisch of met een bakfiets en de hond voorin, kan allemaal. Met een stopje voor oesters plus een glas wijn in een van de vele oesterbarretjes onderweg of voor een duik in zee. Je fietst langs de stranden, door de bossen, naar de vuurtorens of naar een van de schattige dorpjes op het eiland, met lage witte kalkstenen huizen, extra mooi wanneer de zon erop valt, de luiken in pastelkleuren blauw en groen. Of een beetje wandelen door Saint Martin de Ré, over de oude wallen, om daarna weer neer te strijken op een terrasje in de haven, dat mag ook. Onbezorgd. Hoeveel meer vakantie wil je hebben?

 

 

 

 

Wil je een seintje ontvangen als er een nieuw verhaal is?

Wil jij een seintje ontvangen als Mark een nieuw boeiend reisverhaal heeft geplaatst? Laat je e-mailadres achter en krijg een bericht in je mailbox.

Naam