Reis door Servië in vele gezichten

“Serviërs zijn erg gastvrij en vriendelijk” las ik keer op keer toen ik me voorbereidde op mijn eerste bezoek aan Servië. In de 4 dagen dat ik er was, ben ik inderdaad veel vriendelijke gezichten tegengekomen. Naast de prachtige natuur en eeuwenoude kloosters die ik heb gezien, staan vooral deze gezichten in mijn geheugen gegrift. Samen vormen ze voor mij het gezicht van het huidige Servië.

Petja de vriendelijke chauffeur

Als je in een Servisch woordenboek het woord voor bescheidenheid opzoekt, zou het me niks verbazen als je daar zijn foto aantreft. Niet voor niets wordt hij ook wel ‘Mister Modest’ genoemd. Met zijn keurige busje en minstens net zo keurige rijgedrag loodste hij ons veilig door stad en land. Zodra we waren aangekomen op onze bestemming, leek hij zich onzichtbaar te maken. Behalve als ik kwam aanlopen met mijn koffertje, want dan was hij er als de kippen bij om dat van me aan te nemen. Hij dronk geen druppel, ook niet nadat hij ons ‘s avonds laat veilig op onze bestemming had gebracht.
Servie-Petja

Simonida de lieve schooljuf

Deze gids, die de hele reis met ons meeging, beschikt niet alleen over een enorme talenkennis, maar ook over een schat aan feitenkennis over Servië. Met haar duidelijke uitleg en uitspraak en met gevoel voor dosering en herhaling is ze de ideale schooljuf. Een lieve juf, want ze probeerde het ons ondanks ons pittige reisschema altijd naar de zin te maken. “Ik weet dat jullie moe zijn”, “Wat willen jullie?” en vooral “Neem toch nog wat te eten! Jullie zijn toch niet in hongerstaking?” Ook moeilijke of zelfs vervelende vragen wist ze vriendelijk maar kordaat te beantwoorden. Met haar eigen meningen was ze spaarzaam, hoewel ze niet verborgen kon houden dat ze liever traditionele Servische muziek hoort dan een moderne variant.
Servie-Oplenac-Simonida

Bescheiden kloosterbewoners

De mensen die de kloosters bewonen, vallen op door hun onopvallendheid. Net als onze chauffeur Petja zijn ze er meester in om zichzelf onzichtbaar te maken. Zelfs wat hun naam is, vertellen ze met enige tegenzin. Het doet er in hun ogen ook niet toe, want zoals onze gids Simonida vertelde: “They are dead for this life.” Het gaat niet om hen, maar alleen om God en een vroom en vlijtig kloosterleven. En dus vestigen ze zo min mogelijk aandacht op zichzelf.

Fluisterend herinnerde een non ons eraan dat fotograferen in de kerk niet is toegestaan. Toen Simonida vertelde dat een fresco de mooiste in zijn soort was, volgde een bescheiden correctie: “Zeg dat maar niet. Er zijn wel meer mooie fresco’s. Zeg dan liever dat het een van de mooiste fresco’s ter wereld is.”

Tijdens de liturgie klinken de stemmen van de geestelijken wel duidelijk door de stilte van de kerk. Maar degenen die ze uitspreken, staan verscholen in een nis of aan de andere kant van de iconostase, met hun rug naar de kerkgangers toe. Het is duidelijk: hier worden niet de kerkgangers toegesproken, maar gaat het alleen om God.

In het voorbijgaan

Zo waren er nog veel meer gezichten. Bijvoorbeeld die van de verliefde stelletjes op straat, die elkaar niet schaamteloos staan te zoenen, maar dromerig kijken in een omhelzing die hen lijkt af te zonderen van de rest van de wereld. Of die van de receptionistes, piccolo’s en obers, die rustig en vriendelijk voor je klaarstaan als je ze nodig hebt.

Een ander gezicht

Maar Servië heeft ook een ander gezicht. Daarvan is de grimmige geschiedenis van het land af te lezen, ook al wordt die vaak versluierd door de mantel der liefde.

Nemanja de zoekende hajduk

Zo kwamen we tijdens een ochtendwandeling Nemanja tegen. Zijn eenvoudige uiterlijk vormde een mooi contrast met zijn naam, die elke Serviër zal herinneren aan de koningsfamilie uit de welvarende middeleeuwen. Hij vroeg ons meteen wat er toch mis is met de wereld. Geld en geweld maken veel kapot en buiten Servië weten mensen niet eens meer waar dat land ligt – ergens op de Noordpool misschien? Wat kunnen wij hier als individu aan doen? Een pittig gesprek, zo vroeg op de dag.

Valdin de openlijke macho

Onze gids in Novi Pazar deelde zijn diepste gedachten niet met ons, maar gaf wel ruiterlijk toe dat Serven trots zijn en graag mogen opscheppen – hoewel ik dat nog best vond meevallen in zijn verhaal. Logisch dat hij ons de mooiste kant van ‘zijn’ stad wilde laten zien. Alleen iets minder logisch dat hij me bij het overhandigen van zijn visitekaartje toevertrouwde dat ik hem dag en nacht mocht bellen.
Servie-Novi-Pazar-Valdin

Kosovo door de ogen van de koster

Een echt felle blik kreeg ik pas te zien tijdens onze bezichtiging van het Blagovestenje-klooster. Bij de laatste woorden van onze gids kwam Vidan, de koster, van zijn plek en stapte doelgericht dichterbij. Hij had nog wel iets toe te voegen aan alle informatie over de fresco’s en iconen. “Kosovo is geen republiek. Kosovo is Servië. Vertaalt u dat maar!” hoor ik hem zeggen. En dat doet onze gids, maar wel omkleed met wat verzachtende woorden. Buiten, als de gids al is weggelopen, herhaalt hij zijn boodschap nog eens tegen mij. “Het gaat niet om politiek, het gaat om religie. In Kosovo zijn wel 150 van dit soort kerken vernietigd. Kosovo is Servië.”

Servie-Blagovestenje-koster

Een museumgids met humor

De gids in het nationaal museum van Čačak uitte zich heel anders. Haar hele rondleiding zat vol met vrolijke anekdotes. Tegen het einde van de rondgang, toen het uiteenvallen van Joegoslavië ter sprake kwam, zei ze met een bijna ondeugende glimlach:

Eigenlijk wordt Servië met de dag kleiner…

Iedereen lachte met haar mee, ondanks al het leed waarmee die uiteenval gepaard gaat.

Van alles wat ik heb gezien en beleefd in Servië, hebben deze gezichten de meeste indruk op me gemaakt. Des te meer redenen om het land snel ook eens te bezoeken en je beeld ervan te bepalen of bij te stellen aan de hand van dit soort ontmoetingen.

Comments are closed.