Maak een (hele lange!) tussenstop in Freiburg

Nederlandse bezoekers doen deze Duitse stad vaak aan voor een tussenstop op weg naar het zuiden, of juist op weg terug naar huis, want het ligt vaak mooi in het midden tussen bijvoorbeeld Italië en Holland. Mijn advies: blijf niet slechts één dag, maar minstens twee. Of nog beter, kies Freiburg -en omgeving- als bestemming.

 

Genoeg te doen en te zien. Om te beginnen ligt de stad prachtig, in een kom, omgeven door groene heuvels. Freiburg (im Breisgau, voor de volledigheid: er bestaan andere Freiburgs!) heeft ongeveer 240.000 inwoners, vergelijkbaar met Eindhoven, maar is overzichtelijk groot, goed beloopbaar en zeker fietsbaar, over de vele fietspaden – kom daar maar eens om buiten Nederland! Lopend kun je het best uit de voeten in de Altstadt. Maar Altstadt? Schijn bedriegt hier een beetje, want in de Tweede Wereldoorlog is die zwaar getroffen door bombardementen. Eerst door verdwaalde eigen troepen, in 1944 door de Britten. En als in wel meer Europese steden is het oude centrum in oude stijl herbouwd.

De grote blikvanger is de Münster, de kathedraal. Als door een godswonder is die gespaard gebleven, deze kerk waarvan de bouw begon in 1200, eerst Romaans, waarna later de bouwstijl Gothisch werd. Met een toren van 116 meter hoog, gigantisch voor die tijd. Je kunt ‘m beklimmen, de kerk is te bezichtigen en je zal ‘m sowieso horen: om het kwartier hoor je de Hosanna, zo heet deze oudste kerkklok van het land. De Münster is echt het hart van de stad, hier gebeurde het vroeger. Nog steeds vindt er tweewekelijks een zeer gezellige markt plaats, waar je in ieder geval ook de lokale specialiteit kunt eten: een Lange Rote, een worst die je met of juist zonder ui moet eten – er zijn twee kampen. Aan het kerkplein zie je ook een aantal van de beroemde oude huizen, zoals het rode Kaufhaus uit 1520, met pal ernaast Oberkirch, een oeroud restaurant met goed terras. Een waar instituut, wat je vooral binnen goed voelt, met de foto’s van de beide Oberkirchjes, Elise en Karl, ergens op een ere-plek in de hoek. En voor een goed glas wijn kun je terecht bij de Alte Wache, naast de palmbomen.

Palmbomen? Ja, Freiburg staat te boek als een van de warmste en zonnigste steden van Duitsland. Maar goed dat ze er de Bächli hebben, de goten die overal door de stad lopen. Een zeer Heidelbergs fenomeen. Hondjes verkoelen hun pootje, bewoners zetten in de zomer hun tafeltjes eroverheen en gaan picknicken. Maar leukst is te zien hoe kinderen er speciale houten bootjes overheen varen, aan een touwtje. Gemaakt door mensen met een beperking, te koop in een kraampje vlakbij de kathedraal. Erasmus vond die bächli maar niks. De geboren Rotterdammer woonde er jarenlang, zijn huis, het Haus zum Walfisch, is nog steeds bezichtigbaar via de Sparkasse. Onze grote filosoof vond die beekjes maar stinken. En de Johanna te luid.

In Freiburg vind je ook het oudste hotel van Europa. Dat is Zum Roten Bären – de rode beer, met fundamenten die dateren uit 1120, dus zelfs iets ouder dan de stad zelf. Niet zo oud -uit 1978- maar het allerfijnste hotel van de stad is Colombi, zeer goed gelegen aan het randje van binnenstad, aan het Colombipark, met daarin een oude stadsvilla en wijnvelden. Verdeeld over 2 gebouwen heeft dit vijfsterrenhotel, lid van de Leading Hotels of the World-groep, 126 kamers, in verschillende grootten en klassen, waarvan de (junior) suites een magnifiek uitzicht geven over de binnenstad. Alle kamers zijn zeer comfortabel en klassiek ingericht, veel kamers met visgraat parket op de vloeren en marmer in de badkamers, waar je de producten van Molton Brown en Suzanne Kaufmann vindt. Colombi heeft een binnenzwembad en spa, een verrassend gezellige bar, waar je zelfs nog kunt roken.

 

 

Overdag komen Freiburgers er graag in Graf Anton, een fijne tearoom, maar het heeft ook nog 2 restaurants. De Zirbelstube is het paradepaardje. Eén Michelinster, een klassiek menu in een lichthouten decor, mooi Zuid-Duits. En hoewel je geacht wordt je enigszins netjes aan te kleden voor het diner, wordt het nooit storend formeel, in tegendeel. Het is een familiehotel, waarvan de eigenaar, 87-jaar en zeer kwiek, dagelijks met eigen ogen toeziet of het alles in Ordnung is en -bijna- elke gast hoffelijk begroet, zoals zijn personeel ook uitblinkt in zorgzaamheid: geen verzoek is te gek, of je midden in de nacht nou een steviger kussen wil of je zwembroek bent vergeten, het wordt geregeld en snel ook. En het fijne is helemaal is dat deze kwaliteit ook nog eens goed betaalbaar is, want een tikje afhankelijk van het seizoen hoef je niet meer dan 300 euro per nacht te betalen.

Uitstekend eten kun je ook in Jacobi. Een moderne stube, zo zou je het kunnen omschrijven, houten bankjes, donkere kleuren, tikje retro en tegelijk zeer verzorgd met overal boeketten verse bloemen. De keuken is puur regionaal, enigszins experimenteel, met veel enthousiasme opgediend en uitgelegd. Ook dit restaurant heeft een Michelin-ster. De binnenstad barst van de leuke restaurantjes, koffietentjes en wijnbarretjes. Ik noem er een paar: koffie in Au Contraire, August of Café Schmidt. Cocktails in One Trick Pony, een speakeasy in een kelder te bereiken via een trap naast een winkel. Goeie cocktails, leuke sfeer. Of de brouwerij annex kroeg, Feierling: veel verser wordt bier niet. En in de buitenwijk Wieren, groen en deftig, gebouwd voor rijke Hamburgers die begin 20ste eeuw frisse lucht zochten, op vlucht voor de tyfus, vind je Cafe Förster Max, waar je broodjes, thee en erg lekker ijs kunt halen.

Freiburg kent ook een aantal musea uiteraard, waarvan het mooiste het Augustinermuseum is. Hartje centrum, gehuisvest in een voormalig Augustijnerklooster, onlangs heropend na een aan jarenlange renovatie. Een dure grap, wordt gezegd, maar het ziet er dan ook prachtig uit. De collectie beslaat flink wat eeuwen: van middeleeuwse en gotische stukken tot barok en 19e-eeuwse schilderkunst, aangevuld met 70.000 grafische werken, glaskunst, keramiek, wapens, munten en zelfs een pijporgel uit het begin van de 18e eeuw. De architectuur is mooi speels, met veel kruip-door-sluip-door, verrassende trapjes en doorkijkjes.

Dit is het fijnst aan Freiburg

Het fijnst aan Freiburg -het is nogal een lofzang- is dat de stad zo leefbaar is. Men fietst, veel straten autovrij. De winkels zijn leuk, want vaak niet van een keten. Het voelt bourgondisch, als het even kan staat de Freiburger op straat met een glas wijn of sekt op straat. De Freiburgers zijn wunderfitzig, wat zoiets betekent als licht rebels. Niet echt Duits dus. Men groet elkaar, wat Nederlanders gewoon vinden, maar bij onze buren niet zo vaak voorkomt. Groen zijn ze ook, ze doen hun best klimaatneutraal te zijn. Bestel je een kop koffie to go? Dan betaal je statiegeld, en kun je die kop bij veel andere tentjes weer inleveren. Vanuit Freiburg kun je al verschillende mooie wandelingen maken door de heuvels rondom de stad. Het wordt je makkelijk gemaakt: je kunt met een kabelbaantje de Schlossberg op en dan pas beginnen te lopen, bijna voortdurend met een schitterend uitzicht over de stad. Iets avontuurlijker wordt het wanneer je de Schauinslandbahn neemt, een heuse cabinelift van een minuut of 20, die je naar een Zwarte Woudtop van 1284 meter brengt, met een uitzicht op wijde omgeving – tot aan de Vogezen in Frankrijk, aan de overkant van de Rijn. Je komt er met de auto, ritje van 10 minuten vanuit Freiburg-Zentrum, of met de tram + bus.

 

 

 

Wil je een seintje ontvangen als er een nieuw verhaal is?

Wil jij een seintje ontvangen als Mark een nieuw boeiend reisverhaal heeft geplaatst? Laat je e-mailadres achter en krijg een bericht in je mailbox.

Naam