Veel Nederlanders zullen de Serena Hotels niet kennen: het is een hotelketen die alleen in Azië en Afrika te vinden is, eigendom van de Aga Khan. Stuk voor stuk luxe hotels, sommige ook lid van de Leading Hotels of the World-groep, zoals het imposante Serena Kampala.

Te vinden in het centrum van de stad, niet ver van het parlement bijvoorbeeld, op een groot terrein van zeven hectare: het zit ruim in het jasje, al helemaal voor een stadshotel. Een lange oprijlaan kronkelt door de prachtige tuin omhoog naar een groot roodbruin gebouw, gebouwd in de jaren ’60 van de vorige eeuw, een aantal malen stevig gerenoveerd, de laatste keer in ’16. Van buiten roodbruin, omgeven door groen en overal water: de architect heeft een mooie poging gedaan om Oeganda te vatten in het Serena. Rotsen, jungle en heel veel water, van het immense Victoriameer, maar ook als een oorsprong van de machtige Nijl. Dus zie je zelfs binnen in de grote lobby een enorme vijver en is het zwembad niet rechttoe-rechtaan maar uitgelegd als een meanderende rivier, waarover bruggetjes, compleet met waterval.
Het Serena Kampala telt 186 kamers, verspreid over vier verdiepingen. Vanzelfsprekend ruim, inclusief groot balkon. Het bed comfortabel, veel kastruimte, precies zoals je mag verwachten van een vijfsterrenhotel. Maar het is niet alleen hotel, maar ook conferentieoord. Dus vind je een groot aantal vergaderruimten, maar ook overal, op elke verdieping, zithoekjes en lounges, zonder dat het kil en zakelijk aanvoelt. Daarvoor is het te warm ingericht, daar draagt ook de grote hoeveelheid mooie Afrikaanse/Oegandese kunst aan bij. Uiteraard ontbreekt de spa niet en is ook die groot, zeker de fitnessruimte: die is groter en beter geoutilleerd dan menig Nederlandse sportclub (en ook toegankelijk voor niet-hotelgasten).

Het hotel heeft 3 restaurants. In The Lakes, het hoofdrestaurant, vind je elke ochtend en avond een uitgebreid en lekker buffet, met een interessante mix van Oegandees, Pakistaans en westers eten: van curries tot cheescake. In het intieme The Explorers eet je Italiaans en zit je erg fijn in de tuin en voor fine dining moet je naar The Pearl. Hier gaat het er tamelijk formeel aan toe, compleet met een pianist achter een vleugel en obers die de borden neerzetten met witte handschoentjes. Klassieke kaart ook, compleet met een zeevruchtenbisque en eendenborst. Veel vis ook, vers uit het naburige Victoriameer. Hart van het hotel, zoals het hoort, is de bar. The Mist is een -meestal- gezellig drukke bar, zeker in weekends wanneer een DJ voor herrie zorgt en lokale mooie mensen & miljonairs er rondhangen – beetje een flauw grapje: de koers van de Oegandese Shilling is zo slecht dat één miljoen ervan gelijk staat aan ongeveer 240 euro. Een biertje kost er 10.000 UGX. Niet te missen in Oegandese bars zijn de televisieschermen waarop Engels voetbal te zien is. Het is de nationale sport – kijksport althans, want zelf kunnen ze er weinig van.

Hoe eco is dit Serena Hotel? Nou, het staat nadrukkelijk op de agenda. En dat is al heel wat in een land waar de meeste mensen hun rommel gewoon op straat flikkeren en de greppels langs de weg vol liggen met plastic flesjes en zakjes. Geen rommel te vinden natuurlijk in de tuinen van het Serena, daar wordt een gevallen blaadje binnen een uur weggeveegd. Maar aan duurzaamheid doet het hotel wat in veel Europese hotels al een tijdje gewoon is: niet iedere dag de lakens verschonen, maar om de dag. Pennen niet meer van plastic, maar bamboe. Badkamerproducten in hervulbare flessen. Het verbouwt steeds meer groenten in de eigen grote tuin. Maar wanneer de zonnepanelen op het dak zijn aangesloten, zal het grootste verschil worden gemaakt, zo pal onder de evenaar.

Kampala is een stad waar je weinig toeristen zult vinden. Waar je buiten het hotel eigenlijk alleen maar Afrikanen ziet en je de enige mzungu -westerling- bent, ook wel eens verfrissend. Er is heus wel iets te doen in deze miljoenenstad. En omdat het verkeer bijna altijd tamelijk hectisch is en de attracties niet netjes naast elkaar liggen, is het aan te raden -en meest avontuurlijk- om de stad te verkennen met een boda, achterop een brommer, al dan niet met helm voor nog meer thrill-seeking. En dan bijvoorbeeld te gaan naar de Owino-markt, spectaculair chaotisch. Of naar de Gadaffi Moskee, een cadeau van de toenmalige Libische legerleider. Of naar de martelkamers van oud-dictator Idi Amin, niet vrolijk, wel leerzaam. (Ik groeide op in de jaren ’70 en leerde dat er één land ter wereld was waar je echt niet terecht mocht komen en dat was Oeganda, want daar was iemand aan de macht die mensen at. Een broodje aap, waarschijnlijk, maar gruwelijk was het zeker). Om dan weer fijn en veilig terug te gaan naar het Serena.
Wil je een seintje ontvangen als er een nieuw verhaal is?
Wil jij een seintje ontvangen als Mark een nieuw boeiend reisverhaal heeft geplaatst? Laat je e-mailadres achter en krijg een bericht in je mailbox.