Lissabon: meer dan een weekendje weg!

Zonde om voor een een bruisende stedentrip alleen naar Lissabon te gaan, met nog zoveel meer moois om de hoek! Zee, strand, bergen en bossen liggen op nog geen uur rijden van de stad. Tip: boek een hotel aan de kust en maak dagtochtjes naar Lissabon. Of andersom natuurlijk.

Een hap door het krokante korstje met caramel en kaneel en de lauwwarme vulling van zoete vanillepudding vult mijn mond. ‘De smaakpapillen strelen’, zo heet het. Dit is het echte werk. Een slokje van mijn bico – een Portugese expresso – en ik ben gearriveerd. Ik ben in Portugal, Lissabon, specifieker: in de wijk Belém, in het ‘Antiga Confeitaria de Belém’. Mensen staan in de rij om deze originele ‘Pastéis de Belem’ te proeven, waarvan de kopieën in de rest van Portugal alleen Pastéis de Nata (crèmegebakjes) mogen worden genoemd. Het geheime recept komt van de monniken uit het naastgelegen klooster en werd bij sluiting in 1834 overgedragen aan een familie die er handel in zag. Tegenwoordig worden er in de bakkerij 25.000 pastéis gemaakt, zeggen ze. Per dag! Ik hap er drie weg.

 

 

Weekendje weg of lange gezinsvakantie ?

Een paar uur eerder landde ik na een vlucht van drie uit vanuit Amsterdam op Aeroporto Humberto Delgado in Lissabon. Miljoenen toeristen slenteren jaarlijks door deze stad. Wie de oude volkswijk Alfama bezoekt, met kronkelende straatjes van kasseien en pastelkleurige huizen met wasgoed wapperend uit het raam, begrijpt waarom.

 

 

Lissabon is dé ideale Europese stad voor een weekendje weg; veel restaurants, terrasjes, winkels en pleinen met bomen, bankjes en fonteinen. De zon schijnt er het hele jaar door. Wie van cultuur en geschiedenis houdt, bezoekt het monument van de ontdekkingsreizigers aan de kade, de spierwitte Torre de Belém, of het Castelo de St. George op een van de zeven heuvels van de stad. Liefhebbers van het maritieme leven vergapen zich in het Ocenarium aan haaien, roggen en manta’s, die traag voorbij zwemmen achter metershoge ramen. Toch hoef je je niet te beperken tot slechts een paar dagen Lissabon. Een paar tips om een complete gezinsvakantie in de regio te vieren!

Setúbal

Aan de overkant van de rivier de Taag, de breedste van Europa, ligt het schiereiland Setúbal. Vanuit Lissabon pak je de bus vanuit Parque de Naçoēs die over de Vasco da Gamabrug voert, of ga je per trein of auto over de brug Ponte de 25 Abril. Setúbal hoort voor een groot deel bij het Arrábida natuurpark en bij het natuurreservaat van het estuariam van de Sado-rivier. Grote kans dat je hier dolfijnen spot, die leven in de rivier en overdag naar zee gaan om te eten. Maak een boottocht en je kunt ze bijna aanraken.

Ik bezoek de gelijknamige stad Setúbal. Het ademt een rustige sfeer uit, met een centraal plein en onder elke boom een bezet bankje – alsof niemand haast heeft of iets moet. Verderop in een van de smalle winkelstraten valt mijn oog op de ouderwetse etalage van Bolacha Portugeza, ‘Portugeze koekjes’. Jorge Prazeres, eigenaar van de winkel, probeert deze traditionele koekjes opnieuw in de markt te zetten, vertelt hij na mij binnen te hebben gewenkt. ,,In de 15e en 16e eeuw werden ze in heel Europa als een soort ‘hosties’ in de kerk gegeven aan gelovigen. Ze waren niet heel lekker. Daarom heb ik heb er suiker aan toegevoegd en kruiden ter variatie.” In de winkel mag ik proeven. Ik herken de smaak. Een zoet, opgeroeld krokant koekje, lijkend op een sigaar. Vroeger kochten we ze op het strand in Frankrijk, ik was er dol op.

Op de Rua Oriental do Mercado loop ik de grote overdekte markt binnen. Zwaardvis, sardientjes en inktvis zijn de specialiteiten van de regio en liggen fraai gepresenteerd in het ijs. Messen slaan op het hakblok, vis wordt van ingewanden ontdaan door kordate visvrouwen met groot wit schort. Klant en verkoper maken geen haast bij het afrekenen van hun kaas, wel moet er heel wat worden besproken. Bij een bloemenstal buigt een verkoopster zich geconcentreerd over een kruiswoordpuzzel. Op deze doordeweekse dag laat de klandizie het nog afweten, zegt ze. In de weekenden is het des te drukker.

Arrábida

Vanuit Setúbal loopt een slingerende bergweg dwars door natuurpark ‘Arrábida’ richting het westelijk gelegen Sesimbra. Kurk- en pijnbomen wisselen elkaar af. Halverwege ligt in de bergen tussen de bomen een klooster. Hier schenen monniken te wonen die jarenlang met niemand praatten in de hoop op verlichting. Ze woonden zo hoog mogelijk om alvast dicht bij de hemel te zijn, zo gaat het verhaal. Hedonisme was hen niet totaal vreemd ; ze brouwden hier ook bier en likeur.

Sesimbra

Dat veel inwoners van Lissabon een tweede huis in Sesimbra hebben, verbaast mij niets. Hoe ideaal om hier na een drukke werkweek het stadse leven te verruilen voor ontspanning aan zee, op nog geen 50 km rijden! Hier kun je duiken, zeilen, kanoën, surfen en vissen. De haven van Sesimbra is nog steeds een van de belangrijkste van Portugal, al is de visserij vervangen voor toerisme. Kleurrijke ‘streetart’ siert de muren in de stad. De zon schittert op het water als ik over de boulevard langs het uitgestrekte zandstrand wandel.

In restaurant Espadarte van het Sana Sesimbra Hotel staat chef-kok Fabio Alves in de keuken. Hij is 17e geworden in de competitie om beste chef-koks ter wereld, wordt mij verteld. Reden genoeg om een vorkje mee te pikken. Voorgerecht: garnaal op een mousse van bonen. Hoofdgerecht: zeebaars met kruiden uit het Arrabida-natuurgebied met gerookte zoete aardappel. En als sluitstuk een waar kunstwerk met bloemen, melkcrème en ijs. De lucht kleurt oranje als de zon langzaam in zee zakt. Perfectie nadert.

Wijnproeven in Mafra

Op zo’n 40 kilomter ten Noorden van Lissabon ligt Mafra, in de regio Gradil. Bij wijnboerderij ‘Quinta de Sant’ana’ ga ik wijn proeven. ‘Quinta’, wat eenvijfde betekent, verwijst naar het percentage dat wijnboeren van hun oogst bij wijze van belasting moesten afstaan aan hun landeigenaar. Het okergele landhuis met bloembakken langs de trap naar de voordeur steekt fel af tegen de blauwe hemel. Rondscharrelende kippen, bloeiende Blauwe Regens en een ronde boom op de binnenplaats maken het plaatje compleet. Romantisch was het vroeger ook al, vertelt Louise tijdens een rondleiding over het terrein: één van de vroegere eigenaressen van deze ‘quinta’ was de minnares van Koning Dom Luís, die verderop in Mafra in zijn paleis woonde. Om gasten te kunnen ontvangen liet hij bijgebouwen in de buurt bouwen, waaronder Quinta de Sant’ana.
“We hebben hier de ideale condities voor onze druiven”, zegt Louise, terwijl we uitkijken over de uitgestrekte druivenplantage. “Het ligt 12 kilometer af van zee. ‘s Morgens is het mistig, ‘s middags warm en droog en ‘s avonds wordt het koud, waardoor de zuurgraad op orde blijft. Perfect om langzaam rijpende druiven te houden.” Hooguit speelt de nattigheid ze soms parten. De dessertwijn – normaal niet zo mijn ding – is onweerstaanbaar en gaat mee in de koffer.

Wie wijn wil proeven en tegelijkertijd een groot feest met nog zo’n 2500 mensen op dit landgoed wil meemaken – naar vroeger tijden – doet er goed aan om alvast online een ticket te kopen voor het grote, jaarlijkse oogstfeest eind oktober.

 

 

De Portugeze Riviera

Langs de kust

Ook ten westen van Lissabon liggen tal van mooie kustplaatsen om te bezoeken. Ericeira bijvoorbeeld, waar een wereldklasse surfzone ligt. Of het iets zuidelijker gelegen Azenhas do Mar, waar witte huisjes op de kliffen zijn gebouwd. Echt woest is de zee bij Cabo de Roca, ook wel ‘het einde van Europa’ genoemd als meest Westelijke punt van Europa. Met overweldigende kracht beuken de golven tegen de rotsen en raast de wind langs de oude vuurtoren. Langs de kustlijn voeren wandelpaden, voor wie goed uit wil waaien.

Cascais en Estoril

Ook op slechts een half uurtje per trein vanaf Lissabon, ligt Cascais, de meeste luxe badplaats van Portugal. Sjieke jachten in de haven tonen schaamteloze rijkdom, de huizen aan zee zijn statig en hoog en ook de auto’s glimmen net even meer. Je kunt hier leuk winkelen en in de buurt zijn veel mooie strandjes.
De strandpromenade van Cascais verbindt de badplaats met het nabijgelegen Estoril, een hippe uitgaansstad. Hier kwam de schrijver van de James Bond-boeken graag: Ian Flemming. In hotel Palacio zou Flemming een Joegoslavische spion hebben ontmoet, die hij als inspiratie voor zijn ‘007’ heeft gebruikt. Omdat Portugal net als Zwitserland neutraal was in de oorlog, konden mensen van allerlei pluimage hier veilig samenkomen. Estoril had een casino. In die luxe omgeving vol spel en verleiding kon je samenspannen zonder op te vallen. Of Ian Flemming zelf ook spion was, is nooit helemaal opgehelderd…

Met Estoril is mijn ronde om Lissabon volbracht. Met moeite laat ik de beschermde natuurparken, wijnstreken, stranden en badplaatsen achter me; een ideale vakantieregio voor een reis met familie of vrienden. Meer dan slechts ‘een weekendje weg’ Maar wel met Lissabon als stralend middelpunt!

 

Ontvang elke dag gratis het laatste nieuws

Ontdek dagelijks gratis een samenvatting met het laatste toeristische nieuws van wereldwijde bestemmingen, hotels, vliegmaatschappijen en touroperators.

 

Comments are closed.