Bangkok, Oriental City

Sommige steden hebben een bepaalde reputatie die je bijna niet los kunt laten. Als newby op mijn eerste bezoek aan Bangkok probeerde ik dan ook niet gehinderd door enig vooroordeel de stad tegemoet te treden. Maar of dat ging lukken?

Wat vooraf ging: lees mijn artikel Leaving Hongkong

Vlucht naar Bangkok

Op de dag dat mijn vlucht naar Bangkok geboekt staat, ontvang ik een berichtje van Mr. Lee, dat ik mij om 18 uur moet melden bij zijn reisbureau in de Chungking Mansions, hartje Hongkong. Zo gezegd, zo gedaan. Met in mijn rugzak nog voldoende ruimte voor de spullen die ik voor zijn compagnon in Bangkok zou meenemen zoek ik hem op. Bij binnenkomst staat hij direct op en loodst mij naar een naastgelegen kamertje, dat vol met dozen en plastic zakken staat, gevuld met dvd’s, headsets en allerlei andere gadgets. Nadat mijn rugzak tot de nok toe is aangevuld met koopwaar, pakt hij nog een grote sporttas, en vult deze ook totdat de rits bijna niet meer dicht kan. Ik krijg alle tijd om de koopwaar te inspecteren op verdachte artikelen, maar nergens tref ik zakjes met wit poeder aan.

Pfoe… Dan gaat zijn telefoon; het is de taxi, die inmiddels buiten staat. Snel drukt Mr. Lee me nog een kaartje in de hand met de naam en telefoonnummer van zijn compagnon in Thailand en wenst me een goede vlucht toe. In de taxi voel ik me inmiddels een echte vip. De taxichauffeur die zijn overtollige zweet op het voorhoofd haast iedere minuut moet wegvegen, zigzagt mij door het drukke verkeer heen totdat we voor de vertrekhal van de grote luchthaven stoppen.

kees-bangkok-taxi

Dan is het mijn beurt om in zweten uit te barsten, want nergens zijn er trolleys te bekennen, dus ik moet mijn twee overbepakte tassen zelf naar de incheckbalie sjouwen, waar ik op de display lees dat ik 32 kilo bagage met me meesleep… Een paar uur later trekt de Airbus van Cathay Pacific zijn landingsgestel in, terwijl ik de wolkenkrabbers van Hongkong en de duizenden schepen die de stad omcirkelen steeds kleiner zie worden, waarna wolkenflarden steeds meer delen van de stad aan mijn zicht onttrekken. Bangkok, here we come. En ‘we’ dat zijn mijn tassen en ik.

kees-bangkok-2

Freddy’s Guesthouse

Op Suvarnabhumi Airport heerst een georganiseerde chaos tegen middernacht. De rijen voor de immigratie lijken oneindig en de stempelambtenaren nemen ruim de tijd voor iedere reiziger. Als ik een uur later, herenigd met mijn bagage met een pokerface door het groene kanaal loop, ditmaal met een trolley voor de tassen, haal ik nog een keer het kaartje van Mr. Lee uit mijn zak, waarop een naam en wat telefoonnummers gekrabbeld staan. Er staat een waar leger aan mannetjes die allerlei bordjes met namen van passagiers omhoog houden en ik zie mijn naam er niet tussen staan. Net als ik me om wil draaien om nog een keer goed te zoeken hoor ik iemand mijn naam sissen en ik kijk recht in de ogen van een jochie van nog geen 15 jaar. “Please follow me, Mr. Suthep is waiting in the car” en voor ik het weet heeft de jonge knaap de besturing van mijn bagagetrolley overgenomen en laveert hij het karretje behendig tussen alles en iedereen door.

Buiten valt de klamme hitte van de Thaise nacht als een deken over me heen en ik word met bagage en al in een gereedstaand busje gezet. Mr. Suthep zit achter het stuur. Hij is een gedistingeerde vijftiger, met hawaiishirt, halvemaanbrilletje op de neus en grijszwart haar. En terwijl hij meer over zijn schouder met mij communiceert dan dat hij daadwerkelijk het verkeer in de gaten houdt (“don’t worry, I know every curve in the road”) zoeven we over de tolweg Bangkok binnen. Na een snelle rit met daarin een aantal scherpe bochten stoppen we in een onooglijk straatje voor Freddy’s Guesthouse. Bij het uitstappen vult mijn neus zich met de heerlijke geuren van enkele foodstalls. In de kleine lobby van het guesthouse overhandig ik Mr. Suthep de grote gele tas en hij heeft nog een lege tas bij zich, waarin ik de dvd’s uit mijn rugzak kan overladen. Een snelle handdruk en een enveloppe met mijn kamersleutel en weg is hij.

Sex and Sin Capital

Ik loop naar de receptie, maar daar zie ik niemand. Het is bijna half 2 in de nacht als ik de smalle trap op loop naar de tweede etage van het guesthouse. De muren lijken wel van karton, zoveel geluiden vang ik alleen in de gang al op. En dan, als ik in mijn kamer ben aanbeland, zie ik pas dat de muren van mijn kamer zowel links als rechts bestaan uit een houten schot van ca. 1 meter hoog en dan kippengaas, aan beide zijden van de wand behangen met dekens. Tijdens mijn eerste (gesponsorde) overnachting in Bangkok werden alle vooroordelen over deze stad als sex & sin capital bevestigd, met de bijbehorende geluiden uit de aangrenzende kamers. En met geluidsisolatie die non-existent is, ben ik de rest van de nacht getuige van het uitoefenen van het beroep van de call girls en lady boys in dolby stereo.
kees-bangkok-1

Dat een eerste indruk nooit representatief hoeft te zijn voor een bestemming wordt wel bewezen door het feit dat ik na deze eerste ervaring de stad na een week verliet met een rijk palet aan ontmoetingen en ervaringen en nadien nog vele malen de stad heb bezocht. Hierover later meer.

Comments are closed.