Fietsrondje oktober: 50 km in omgeving Schinnen

Het is weer oktober: de maand van het bokbier. Een van de beste bokbieren komt van brouwerij Alfa op een droomplekje in het Limburgse landschap. Dit was ook de streek van de mystieke Bokkerijders die de omgeving van Schinnen in 18e eeuw onveilig maakten. Rond de heuvels zweven nog tal van sagen. Ervaar dit decor met Limburgse boerderijen en kastelen in een nog onbekend stukje Limburg op de fiets…of e-bike.

De Alfa brouwerij ligt op een schitterende plek

De Alfa brouwerij ligt op een schitterende plek

‘t Beer van Limburg…Dat preuf ste

Geen brouwerij lijkt zo idyllisch gelegen als de Alfa brouwerij.´t Beer van Limburg… Dat preuf ste,´is de slagzin. Het reliëf van een Bokkerijder aan de gevel van brouwerij geeft een signaal dat het in het bronsgroen eikenhout niet altijd zo vredig is was als nu. In de 18e eeuw joegen de Bokkerijders de bewoners de stuipen op het lijf, maar nu is het enige bewegende beeld in het landschap het gestaag kabbelende water van de Geleenbeek in de richting van de Maas.

 De naam Bokkerijder leeft nog overal

De naam Bokkerijder leeft nog overal

Kastelen

Het bestuur en de rechtelijke macht werd in de 18e eeuw uitgeoefend vanuit de kastelen, want daar was men veilig in een streek die ooit geteisterd werd door oorlogen en conflicten. Dankzij het kasteel Terborgh mocht Schinnen zich heerlijkheid noemen. Een deel van Terborgh heeft nu een horecafunctie met een terras: een ´gasterij´noemt men dit hier. In het kasteel vonden de verhoren met martelingen plaats van de mannen die verdacht waren lid te zijn van de Bokkerijders.

Kasteel Terborgh: een Gasterij heet dit hier in Limburg

Kasteel Terborgh: een Gasterij heet dit hier in Limburg

Het laatste uitzicht voor hun dood

We gaan echt als een slak op de slakweg het dal uit naar de Danikerberg. Over deze weg maakten diverse Bokkerijders de laatste gang van hun leven. Een wagen vervoerde de veroordeelden naar het galgenveld op de heuvel. Een grote menigte stond langs de weg. Van verre klonken de doffe tromslagen van de treurmars. Dan nadere de stoet van schout en schepenen, gevolgd door de schutten met sabels en musketten. Achter de wagen liepen biddend een aantal priesters. De menigte sloot zich aan achter de stoet. Het lot van de Bokkerijders was natuurlijk vreselijk, maar ze konden voor hun dood nog wel genieten van een fraai uitzicht.

Een ultiem gevoel van vrijheid

Fietsen over een Zuid Limburgs plateau onder een laagstaand oktoberzonnetje geeft een ultiem gevoel van vrijheid met een weidse blik over alle windstreken. in de verte doemen de contouren van de stad Geleen en de rokende schoorstenen van de DSM op.

Het valt wel mee met de heuveltjes hier(Foto: Rutger van den Hoofdakker)

Het valt wel mee met de heuveltjes hier(Foto: Rutger van den Hoofdakker)


Bij Windraak raak de wind ons echt en zoals vaak is dat uitgerekend een stukje tegenwind. in dit fraaie dorp woonde Anton Hamers. Gewoon een doorsnee dorpeling met wat land en een paard. hij verleende ook diensten voor anderen. Toch zat hij als verdachte opgesloten in kerker van Terborgh. Hamers wist echter te ontsnappen. Om toch ‘gerechtigheid’ te tonen werd de strop gehangen om pop die de bij verstek veroordeelde moest voorstellen.

De Parel van Doenrade

Doenrade zat in 1737 zonder bier, wat de Bokkerijders zagen kans om de brouwketel van de toenmalige plaatse brouwerij Houdtbeckers te stelen. Het was niet bedoeling dat de roversbende bier ging brouwen, maar koper was ook toen veel geld waard. De diefstal moest een stevige klus geweest zijn. Met een ploegkouter forceerden de Bokkerijders een gat in de muur. Ter plekke sloegen de rovers het koper plat en uiteindelijk voerden ze de buit af naar Sittard. Ook toen waren handelslieden die geen moeite hadden met het opkopen van verdachte waar. De Parel van Doenrade is het oudste kasteel van Limburg, dat ooit was omgeven door een slotgracht. Na jaren leegstand is het nu een hotel-restaurant. We kunnen de verleiding niet weerstaan op plaats te nemen op het terras voor een koffie met échte Limburgse vlaai.

Het terras van kasteel Doenrade nodigt uit

Het terras van kasteel Doenrade nodigt uit

Ridder Herman Hoen

Voorbij Amstenrade komen we de Parkstad. Dit verstedelijkte gebied doet zijn naam wel eer aan, want tussen de bebouwing fietsen we vooral tussen het groen. Een van de plaatsen in de Parkstad is Hoensbroek, vernoemd naar ridder Herman Hoen, die ook de naamgever was van het Kasteel Hoensbroek. In de loop der eeuwen is het kasteel drie keer flink verbouwd en vergroot. De verschillende bouwstijlen uit de diverse eeuwen (14e, 17e en 18e) zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden. Het meest indrukwekkende deel is omgeven door water. In 1738 deden de Bokkerijders een inbraak in de slotkapel, maar daarna zagen de rovers het kasteel vooral van binnen om vervolgd te worden. Een ware waslijst van opgesloten Bokkerijders in de kerkers is nog altijd bekend. Je kunt het je moeilijk voorstellen, maar ondanks de dikke muren en de deuren met zware sloten wisten toch tal van verdachten te ontsnappen. Kasteel Hoensbroek herbergt nu een kasteelmuseum.

Kasteel Hoensbroek

Kasteel Hoensbroek

Kasteel Hoensbroek

Kasteel Hoensbroek

Via Belgica

Ieder kasteel langs de route heeft weer een eigen bouwsteil en ook de bouwmaterialen verschillen. Kasteel Rivieren in Retersbeek is opgetrokken uit Mergel. Na de Retersbeek komen we op een kaarsrechte weg: opmerkelijk in het heuvelland, maar de Via Belgica dateert nog uit de tijd van de Romeinen die niet van bochten hielden: vele eeuwen dus voor de Bokkenrijders.

Kasteel Rivieren is opgetrokken uit mergel

Kasteel Rivieren is opgetrokken uit mergel

Geen twijfel: de Carréhoeve aan de Via Belgica is de fraaiste

Geen twijfel: de Carréhoeve aan de Via Belgica is de fraaiste

We passeren tal van kenmerkende Limburgse carréhoeves, maar als mooiste kiezen we Ter Hov aan de Via Belgica. John Keijbes woont al sinds zijn geboorte in 1947 in de hoeve, maar is pas sinds twee jaar eigenaar. Op de vraag of hij geen zondagskind is met het voorrecht om een dergelijk uniek huis te mogen bewonen reageert Keijbes: ‘Ach, ik weet niet beter. Het kost mij wel veel werk. Dat de hoeve er nu zo prachtig bij ligt heeft wel wat zweet gekost en ik ben nog niet klaar.”

Klimmen naar Klimmen

Dit is echt klimmen merken we als we stevig in de pedalen moeten naar het dorp Klimmen. Dit dorp viel in de 18e eeuw onder de Republiek der Zeven Provinciën in tegenstelling tot het eerdere deel van de route dat bij Oostenrijk hoorde. In het toen nog kleine dorp waren maar liefst 87 inwoners als Bokkerijder actief. Een groot aantal van deze mannen vond de dood aan de galg op de Lommenberg. Voorbij Hulsberg nemen we even plaats op een bankje voor een rustige blik in het diepe Geuldal. Het hectische Valkenburg ligt op slechts twee kilometer.

Rustig op het plateau

Rustig op het plateau

Een van de leiders was een herbergier

De Sint-Bavokerk van Nuth ligt op een heuvel midden in de dorp. De Dorpstraat loopt met een boog om deze heuvel. De kerk lijkt een onneembare vesting, maar werd in 1730 bestormd door een grote bende Bokkerijders uit de wijde omgeving. Opmerkelijk was dat een van de leiders, Joannes Vincken, in het dagelijkse leven herbergier was. Blijkbaar ging het niet zo goed met zijn horecabedrijf. De kerk is daarna geheel verbouwd. De nieuwe kerk werd om de oude kerk heen gebouwd zodat de kerkdiensten gewoon door konden gaan.
We maken ons laatste klimmetje het dal van de Geleenbeek uit en staan dan weer voor de Alfa Brouwerij. De Bokkerijder op de gevel ziet er nog steeds even kwaadaardig uit .

Relief van een Bokkerijder aan de gevel van de Alfa brouwerij

Relief van een Bokkerijder aan de gevel van de Alfa brouwerij

Rustig kabbelt het water van de Geleenbeek

Rustig kabbelt het water van de Geleenbeek

Routeinformatie

Fietsroute: Een rondje van 50 km in de omgeving van Schinnen
Land: Nederland
Provincie: Limburg
Lengte: 50 km
Beginpunt: Schinnen
Eindpunt: Schinnen

Je fietst door het heuvelland, maar de steilte en de lengte van de klimmetjes valt mee. Zie je daar tegenop dan kun je de route natuurlijk op een e-bike doen. Natuurkampeerterrein Hoeve Krekelberg heeft twee e-bikes te huur.

De start is bij fietsknooppunt 24 bij de Alfabrouwerij in Schinnen. Bij knooppunt 24 is een parkeerterrein. Het NS-station van Schinnen is niet ver. Dit startpunt is ook nabij van het leuke natuurkampeerterrein Hoeve Krekelberg in Schinnen. Wil je comfortabel binnen slapen, dan is de Biesenhof in Geleen een leuk adres.

Volg de knooppunten36 (Puth, Windraak, Doenrade) 91, 28, (Douvergenhoud) 27, (Amstenrade) 26 (kasteel Hoensbroek)25, 55, (Voerendaal), 56 (Klimmen, Hulsberg),62 (Aalbeek, Grijzegrubben, Nuth) 35 en terug naar 24.

Zuid-Limburg was ooit een lappendekken

De naam Limburg voor de huidige Belgische en Nederlandse provincies bestaat pas sinds 1815. Een deel van het heuvelland hoorde ooit wel tot het Hertogdom Limbourg, maar dit hertogdom kwam al in 1288 onder Brabant. Een veel gebruikte naam voor de regio was Overmaas.

Naar de Spanjaarden

Voor de rest bestond het zuiden van Limburg uit een lappendekken van hertogdommen en heerlijkheden. Door huwelijken kwam het grootste deel van het gebied in 1516 bij het wereldrijk van Keizer Karel de Vijfde, maar na diens aftreden in 1556 werd zijn rijk alweer verdeeld. De gebieden van Keizer Karel in Overmaas kwamen, net als alle andere Nederlandse gewesten, onder Filips de Tweede van Spanje, de zoon van Keizer Karel. De Spanjaarden waren niet erg geliefd in de Nederlanden en in 1568 begon onder leider van Willem van Oranje de Tachtigjarige Oorlog, maar de opstand leefde na enige roerige jaren met onder andere de Bosgeuzen in de Vlaamse Ardennen nauwelijks in het zuiden.

De Veldtocht langs de Maas van Frederik Hendrik

In 1632 hoopte Stadhouder Frederik Hendrik met zijn Veldtocht langs de Maas de zuidelijke Nederlanden aan zijn zijde te krijgen, maar de prins kreeg de handen niet op elkaar voor een algemene opstand. De onafhankelijkheidsstrijd was teveel een godsdienstoorlog geworden en het zuiden wilde katholiek blijven. Wel veroverde de stadhouder in korte tijd Venlo Roermond, Sittard en Maastricht op de Spanjaarden, maar door uitblijven van de verwachte steun van de bevolking bleef de geplande aanval op Brussel uit. Deze tocht langs de Maas bepaalde wel de eerste contouren van de huidige vorm van de provincie Limburg.
‘Staats’ gebied en Spaans gebied.

 

 

De Vrede van Munster in 1648 maakte een einde aan de Tachtigjarige Oorlog. Het noorden van de Nederlanden werd onafhankelijk en het zuiden (grotendeels het huidige België) bleef Spaans, maar de status van de door de republiek veroverde gebieden tussen de Spaanse gebieden in Overmaas werd niet goed geregeld en leidde regelmatig tot conflicten. De gebieden in Overmaas die onder de Republiek van de Zeven Provinciën vielen, vormden géén provincie van de Republiek, maar waren ‘Staats’ zonder stem in het landsbestuur.

Van Spanje naar Oostenrijk

Overmaas werd door de Spaanse Successie Oorlog een slagveld in een gewapend conflict tussen de toenmalige grote Europese mogendheden. Koning Karel II van Spanje stierf in 1702 kinderloos. Directe familieleden waren er niet. Er kwamen twee verre verwanten in beeld. De eer leek toe te komen aan Filip van Anjou, maar deze edelman was de kleinzoon van Koning Lodewijk XIV van Frankrijk, die een kans schoon zag om de Franse invloedsfeer uit te breiden. Omdat de overleden Spaanse koning tot het Habsburgse huis hoorde, stelde de dynastie van de Oostenrijkse Keizer zich ook kandidaat. Frankrijk was destijds het machtigste land van Europa en Nederland, Oostenrijk, Engeland en diverse Duitse vorsten vreesden uitbreiding van de Franse macht. Onder Filips van Anjou zouden de Zuidelijke Nederland immers onder directe Franse invloedsfeer komen. Na jaren strijd werd in 1713 de Vrede van Utrecht gesloten. Filips van Anjou mocht als Filips V koning van Spanje worden, maar iedere politieke unie met Frankrijk bleef uitgesloten. Oostenrijk kreeg als troostprijs de zuidelijke Nederlanden. Overmaas bleef een lappendeken met gebieden die ‘Staats’ waren en Oostenrijks. Andere voormalig Spaans gebied in de Nederlanden ging naar Pruisen. Napoleon en zijn Waterloo.

Niet overal klimmen op het plateau

Niet overal klimmen op het plateau

In 1795 vielen de Fransen de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden binnen. Uiteindelijk lijfde Napoleon alle gebieden in bij Frankrijk. Overmaas werd onderdeel van het Franse departement Meuse Inferieur. Na Waterloo in 1815 werden de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden herenigd onder Koning Willem I. De koning koos als provincienaam Limburg.

De halsstarrige koning Willem I

De hereniging van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden bleek geen succes. Meer dan 200 jaar scheiding werk je niet even weg. Het grootste probleem was echter de halsstarrige houding van Willem I, die zijn koningschap buitengewoon autocratisch uitvoerde en het katholieke zuiden te nadrukkelijk de calvinistische wijze van besturen oplegde. Op 23 september 1930 zweepte een meeslepende, patriottische aria in de opera de Stomme van Portici tijdens een opvoering in Brussel het publiek dusdanig op, dat de vlam in de pan sloeg. De onlusten uit leidden tot een regelrechte opstand. De opstandelingen kozen voor de naam België, naar de stam der Belgen die in het jaar 53 voor Christus de Romeinen trakteerden op een gevoelige nederlaag.

Met de Tiendaagse Veldtocht in augustus 1931 wisten de Nederlandse troepen de opstandelingen zo goed als te verslaan. Zover kwam het niet, want Frankrijk greep in en stuurde een indrukwekkend leger naar het noorden. De Nederlandse troepenmacht moest zich terugtrekken. Limburg koos voor de opstand, maar Maastricht bleef Nederlands. Pas in 1839 erkende Nederland de Belgische zelfstandigheid en in 1843 werden de grenzen definitief afgebakend met grenspalen. De kersverse provincie Limburg werd alweer opgedeeld: het gebied aan de linkeroever van de Maas werd Belgisch-Limburg, met uitzondering van de stad Maastricht, en de op de rechteroever ontstond de huidige provincie Nederlands-Limburg.

De Bokkerijders

Tijdens de Oostenrijkse tijd in de 18e Eeuw was het huidige Zuid-Limburg in de ban van de angst voor de Bokkerijders. Tussen de heuvels zweefden de sagen over geesten die ‘s nacht op bokken door de lucht snelden. Er ging zelfs het verhaal over een megabok met meer dan 40 Bokkerijders op zijn rug. De bendes maakten dankbaar gebruik van deze angst. De lappendeken zorgde dat ze na hun overvallen weer gemakkelijk konden uitwijken naar een gebied onder een ander bestuur.

De Bokkerijders zaaiden vuur en vrees

De Bokkerijders zaaiden vuur en vrees

De mystiek van Robin Hood

In diverse verhalen kregen de Bokkerijders ook de mystiek van de bende van Robin Hood, die stal van de rijken voor de armen. Aanvankelijk gingen zowel de bewoners als de autoriteiten ervan uit, dat kwaad grotendeels buiten de eigen gemeenschap gezocht moest worden uit rondzwervend volk van zigeuners, vagebonden, landlopers en afgedankte of gedeserteerde soldaten. Boer Hendric Perti in Puth herkende echter tijdens een overval drie van daders, ondanks hun vermomming. Het bleken ‘gewone mannen’ uit de directe omgeving te zijn. Ook onder de 600 veroordeelde Bokkerijders waren opvallend veel mensen uit de eigen streek. In Monfort was het de schout zelf die buiten zijn diensttijd een bende Bokkerijders aanvoerde.

Soms bestond de buit uit brood en meel

Na alle oorlogen met plunderende soldaten was de politieke situatie onstabiel en de economische situatie desastreus met veel armoede en honger. In de televisieserie de Legende van de Bokkerijders uit 1994 slaat de boerenzoon Martien Cremers aan het Bokkerijden om geld te vergaren voor zijn zieke zusje. Soms bestond de buit uit niet meer dan brood en meel.

Goddeloos gedrag

De bendes legden zich ook toe op het beroven van kerken. Gouden kelken, monstransen en cibories brachten natuurlijk veel geld op in die arme tijd, maar de hosties waren waardeloos en werden in de haast op de grond gesmeten. Dit ‘goddeloze gedrag’ leidde tot de benaming Bokkerijders. Om meer angst in te jagen pasten de Bokkerijders ook geweld toe. Bejaarde dames werden mishandeld en na de beroving ging de vlam in de boerderij.

Eerst folteren, daarna de galg of de wurgpaal

De maatregelen tegen opgepakte Bokkerijders en vermeende Bokkerijders waren bitterhard. De vervolging van misdadigers lag in handen van de schout. De schout kreeg hierbij assistentie van de schutterij. In de 18e eeuw hadden de schutterijen nog de functie van burgermilitie. Vanaf de 19e eeuw zijn de schutterijen er alleen nog maar voor het in stand houden de folkloristische traditie die hoort bij het leven in Limburg. Een verdachte die in handen kwam van de schout was bepaald niet jarig. Het verhoor ging gepaard van folteringen met duimschroeven, beenschroeven en ander marteltuig. Doel was natuurlijk het afdwingen van een bekentenis en het lospeuteren van namen van andere Bokkerijders. In de regel eindigde het voor de verdachte tot de galg of de wurgpaal, maar voor een aantal verdachten kwam niet zover, omdat tijdens de martelingen bezweken. Om de bevolking te laten zien dat toch uitvoering werd gegeven aan het vonnis, werden hun stoffelijke overschoten publiekelijk opgehangen aan de galg. Voortvluchtige Bokkerijders werden op theatrale wijze vervangen door poppen in de strop. De vraag is natuurlijk hoeveel onschuldige streekbewoners er ter dood zijn gebracht, door het toepassen van folteringen om bekentenissen af te dwingen en namen te noemen.

In Overmaas waren drie opvolgende periodes waarin de Bokkerijders actief waren en vervolgd werden.
1) van 1734 tot 1744:
In de Oostenrijkse delen van de heerlijkheid ‘s Hertogenrade en het graafschap Valkenburg.
2) van 1949 tot 1754:
In Schinnen en Geleen, behorende tot de Oostenrijkse delen van het graafschap Valkenburg.
3) van 1755 tot 1777:
Hoofdzakelijk in de Staatse gebieden van de landen van Overmaas.
Daarna waren de Bokkerijders vooral actief ter linkerzijde van de Maas: het huidige Belgisch-Limburg.
De Limburgse carréboerderijen
De bekende Limburgse carréboerderijen met de grote ronde poort naar de afgesloten binnenplaats zijn op deze wijze vorm gegeven om de hoeve beter te kunnen beschermen tegen overvallen door de Bokkerijders. Met een paar geweren konden de boer en zijn knechten het boerenbedrijf vaak gemakkelijk beschermen.

Bijzondere horeca onderweg

In Limburg is het niet moeilijk om een leuke horecabedrijf te vinden, maar langs de route liggen een paar
bijzondere gasterijen.

  • Kasteel Terborgh bij Schinnen. Open vanaf 11:00 uur. wekelijkse rustdag maandag.
  • Kasteel Doenrade. Brasserie en fraai terras.
  • Hof van Hulsberg. Een prachtig opgeknapte monumentale Carréhoeve met twee terrassen. Gelegen midden in het dorp bij de kerk.

 

 

Overnachten

Op nog geen kilometer van de Alfa Brouwerij is natuurkampeerterrein Hoeve Krekelberg. Een prachtige terrassencamping rondom een oude Limburgse Carréhoeve met een fraaie blik vanaf de Krekelberg. De camping heeft een paar e-bikes te huur en een oplaadpunt voor e-bikes van kampeerders. Open van 01/04 – 31/10 www.hoevekrekelberg.nl

Op ruim 3 kilometer van fietsknooppunt 36 is de Biesenhof

De Biesenhof is een kenmerkende Limburgse Carréhoeve aan de rand van de stad Geleen, gelegen in het dal van de Geleenbeek aan de voet van de Sweikhuizenberg. De hoeve kent een brasserie met terras, een ijssalon, en zeer smaakvolle kamers om te overnachten. Je slaapt hier in ieder geval stukken beter dan de Bokkerijders die in de kerkers van de Biesenhof werden opgesloten. Je gaat bij fietsknooppunt 36 naar 37 en richting 38 maar bij het ziekenhuis na ongeveer 1700 meter linksaf de spoorbaan over richting Sweikhuizen. Je ziet de hoeve rechts al liggen.

Welkom in de Biesenhof aan de Geleenbeek

Welkom in de Biesenhof aan de Geleenbeek

Arrangement voor groepen

Op dinsdag, woensdag en donderdag bestaat de mogelijkheid voor groepjes van minimaal 20 personen en maximaal 60 personen om vóór de Bokkerijdersfietstocht eerst Brasserie Biesenhof te Geleen te bezoeken voor een kopje koffie/thee en Limburgse vlaai, gevolgd door een Bokkerijderslezing door de Schinnense Bokkerijdersdeskundige/historicus Frits Schoonbrood. Aanvang 10.00 uur of 10.30 uur. Om respectievelijk 11.00 uur of 11.30 uur wordt dan gestart met de Bokkerijdersfietsroute. Om circa 16.30 uur, respectievelijk 17.00 verwachten wij jullie weer terug op de Alfa Brouwerij voor de historische film van Alfa en natuurlijk een uitgebreide bierproeverij met typisch Limburgse hapjes. De all-in prijs voor dit Bokkerijdersarrangementje op de brouwerij bedraagt slechts €9,75. Aanmelden via www.stjigs.nl. Meer informatie via Frits Schoonbrood: tel.046-443 36 86.

 

 

Ontvang elke maand gratis het Fietsrondje van de maand

Vul je emailadres in om een e-mail te ontvangen als er nieuwe fietsrondjes en fietsverhalen beschikbaar zijn op verkeersbureaus.info
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

 

Bokkereyer bier

Bokkereyer bier

Bierbrouwer Harry Meens leert zijn dochter bokbier tappen (Foto: Rutger van den Hoofdakker)

Bierbrouwer Harry Meens leert zijn dochter bokbier tappen (Foto: Rutger van den Hoofdakker)

Comments are closed.