Tuinen van verbeelding

Wie kent ze niet: de wereldberoemde waterlelies van Claude Monet? Maar wie heeft deze kleurexplosies op doek in werkelijkheid gezien en zich verloren in de weerspiegelingen van Monets waterlelievijver, niet meer wetende waar water begint en lucht ophoudt? In Nederland vond de laatste grote tentoonstelling van Monet ruim 30 jaar geleden plaats. Een groot deel van zijn beroemde ‘tuinen’ is zelfs nog nooit in Nederland vertoond. Hoog tijd voor een groots eerbetoon.

In Monet – Tuinen van verbeelding worden maar liefst veertig internationale topstukken bijeengebracht. Monet schilderde ze ter voorbereiding op zijn magnum opus: de Grandes Décorations. Publiekslieveling Blauweregen uit de eigen collectie van het Kunstmuseum is het stralende middelpunt. Hiermee geeft het museum een vervolg aan het baanbrekende Monet retrospectief dat in 1952 in Kunstmuseum Den Haag (destijds Haagse Gemeentemuseum) plaatsvond en waarmee het Kunstmuseum heeft bijgedragen aan de herontdekking van Monets oeuvre uit Giverny.

 

 

Creatie van een paradijs

Claude Monet (1840-1926) is tweeënveertig jaar oud wanneer hij in 1883 naar Giverny verhuist. In dit kleine dorp nabij Vernon zal hij tot aan zijn dood in 1926 blijven wonen. Hij legt er twee tuinen aan: een bloementuin en een watertuin met een waterlelievijver, waarbij hij zich laat inspireren door de traditionele Japanse tuin. Monet kiest bewust voor exotische planten als bamboe, waterlelies (op de wereldtentoonstelling van 1889 zag hij voor het eerst gekleurde waterlelies die bestand zijn tegen de Europese kou) en blauweregen. Boven het smalle deel van zijn vijver plaatst hij een karakteristieke Japanse brug.

 

 

In Giverny sluit Monet zich steeds meer af van de buitenwereld en stort zich op het verbeelden van zijn tuin. Tussen 1883 tot 1926 schildert hij honderden keren de reflecties op zijn waterlelievijver. Aanvankelijk staan deze schilderijen in de traditie van het impressionisme, maar na verloop van tijd hanteert Monet een steeds expressievere vormentaal. Hij negeert elke vorm van dieptewerking en de herkenbaarheid van het onderwerp is geen vereiste meer. Niet langer richt hij zich op de weergave van het vluchtige moment; Monets monumentale verbeeldingen van zijn tuin ademen een sfeer van tijdloosheid. Daarmee is deze periode niet alleen de meest productieve uit het zijn leven, in Giverny maakt Monet eveneens een belangrijke artistieke ontwikkeling door. De oude schilder, in de 19de eeuw baanbrekend vanwege zijn rol binnen het impressionisme, weet zich in de 20ste eeuw opnieuw uit te vinden.

Grandes Décorations

Nadat zijn echtgenote Alice in 1911 sterft en Monet in 1912 tot overmaat van ramp gediagnostiseerd wordt met staar stopt hij aanvankelijk met werken. Maar na een lange pauze pakt hij in 1914 zijn schilderspalet weer op. Aangemoedigd door zijn vriend en politicus Georges Clémenceau en zijn stief- en schoondochter Blanche Hoschedé-Monet begint de inmiddels 74-jarige kunstenaar aan zijn laatste en grootste meesterwerk: de Grandes Décorations. Monet heeft een enorme installatie voor ogen, waarbij zijn meterslange waterlelieschilderijen als een panorama de bezoeker volledig omringen, zodat deze zich kan onderdompelen in zijn wereld van weerspiegelingen. Uiteindelijk moet het geheel een geschenk worden aan het Franse volk, ter ere van het einde van de Eerste Wereldoorlog.

Boven de installatie van waterlelieschilderijen wil Monet een decoratief fries van voorstellingen met blauweregen realiseren. Maar wanneer hij het bestaande gebouw van de Orangerie in Parijs krijgt toegewezen, blijkt het fries niet te passen. In zijn zoektocht naar het perfecte ensemble schildert Monet honderden doeken. Hij experimenteert met formaat, kleur, materiaal en techniek. Gedurende de jaren voegt hij werken aan de serie toe, terwijl hij anderen uit onvrede vernietigt. Loslaten kan hij niet. Pas na zijn dood worden zijn Grandes Décorations in het huidige Musée de l’Orangerie geïnstalleerd. De vele doeken die in deze installatie geen plek hebben gekregen blijven grotendeels achter in zijn atelier.

Voorbeeld voor jonge kunstenaars

In 1909 had Monet nog tientallen waterlelies geëxposeerd op een succesvolle tentoonstelling in Parijs. In de daaropvolgende jaren schildert hij zijn waterlelievijver grotendeels in afzondering, zonder te exposeren of verkopen. Na zijn dood in 1926 is er geen interesse voor dit onderdeel van Monets oeuvre. Ook de installatie van zijn Grandes Decorations kan na de opening in 1927 op weinig belangstelling rekenen. Monets tuinschilderijen worden in de tijd waarin Mondriaan en Picasso de helden van de avant-garde zijn, gezien als ouderwets en slechts een rommelig resultaat van zijn oogziekte.

Het zou nog tot 1952 duren voordat er een kentering optreedt. In dat jaar organiseert Kunstmuseum Den Haag (toen nog Haags Gemeentemuseum geheten) samen met Kunsthaus Zürich een groot Monet-retrospectief. Voor het eerst wordt hier ook Monets werk uit Giverny als een volwaardig onderdeel van zijn oeuvre getoond. Het is deze reizende expositie die het begin van de waardering van Monets waterlelieschilderijen markeert. Kort daarna omarmen jonge Amerikaanse kunstenaars als Ellsworth Kelly (1923-2015), Mark Rothko (1903 -1970) en Jackson Pollock (1912-1956) Monet als een belangrijke inspiratiebron. Zij zijn niet anders gaan werken door het zien van Monets schilderijen. Maar ze herkennen iets in zijn haast abstracte kleurexplosies dat hen schouders biedt om op te klimmen en zo hun kunsthistorische legitimiteit te kunnen verkondigen. Het is het begin van een ommekeer in de kijk op Monets ‘tuinen’ die uiteindelijk leidt tot de ongekende populariteit van de waterlelieschilderijen vandaag de dag.

Waterlelies onder Blauweregen

Restaurator Ruth Hoppe kreeg de verrassing van haar leven toen ze de röntgenfoto bekeek die ze van het schilderij Blauweregen liet maken. Het topstuk, een van de drie schilderijen van Claude Monet in de collectie van Kunstmuseum Den Haag, was voor het eerst van de museumzalen naar het restauratieatelier gebracht. Om oude schade aan het doek beter te kunnen onderzoeken liet Hoppe onder meer een röntgenfoto maken. Nooit had zij erop gerekend dat ze behalve meer inzicht in de schade ook een groep waterlelies op de foto zou aantreffen. Conservator Frouke van Dijke: “Eigenlijk was Blauweregen al een zeer bijzonder doek, er zijn van Monet maar zeven schilderijen in de wereld bekend met dit thema. Toch zijn juist de waterlelies iconisch voor Monet. Dat deze zich onder Blauweregen bevinden maakt het doek extra speciaal en laat bovendien een aantal puzzelstukjes op z’n plek vallen in het verhaal van onze publiekslieveling”. Deze ontdekking en de bijzondere levensloop van dit topstuk zal een van de verhaallijnen zijn in de tentoonstelling Monet- Tuinen van verbeelding en de bijbehorende publicatie.

Kunstwerken op de vijver en de Erezaal

Buiten de tentoonstellingszalen klinkt Monet nog door, als inspiratiebron.

Op de museumvijver is het site-specfic werk The floating sky van Ursula Palla te zien. Met dit werk refereert Palla, van oorsprong video-kunstenaar, zowel aan drijvende waterlelies als aan de weerspiegelingen die Monet in zijn schilderijen ving. Met The floating Sky laat ze net als Monet, de kijker de wereld op een andere manier zien.

Op de Erezaal van het museum, voor de ingang van de tentoonstelling, hebben ontwerpers Daniel Mancini en Inti Velez Botero van het Spaanse collectief Wanda Barcelona een enorme installatie gecreëerd van hangende botanische vormen. De fragiele diepblauwe trossen van papier doen denken aan Monets blauweregen en de treurwilgen aan de rand van zijn vijver.

 

 

 

Lees elke dag het laatste nieuws

Ontdek dagelijks gratis een samenvatting met het laatste toeristische nieuws van wereldwijde bestemmingen, hotels, vliegmaatschappijen en touroperators.

 

Comments are closed.