Een Poolse avant-garde

Katarzyna Kobro (1898–1951) en Wladyslaw Strzeminski (1893–1952) ontmoeten elkaar in de turbulente jaren na de Russische Oktober-revolutie in 1917. Hun paden kruisen in Moskou.

Kobro, een Russische met wortels in Duitsland studeert hier aan de School voor Beeldende Kunst en Architectuur. Strzeminski, geboren in Minsk als telg uit een Poolse, adellijke familie studeert aan de eerste, door de staat gesubsidieerde, kunstacademie. In Rusland, en later ook in Polen, speelt het tweetal een actieve rol in de avant-garde kunstscene waar ook Kazimir Malevich en Antoine Pevsner deel van uitmaken.Dit voorjaar laat het Gemeentemuseum het Nederlandse publiek kennismaken met dit eigenzinnige kunstenaarsechtpaar dat zich geografisch en artistiek gezien op een kruispunt bevindt in Europa. De tentoonstelling toont een retrospectief en maakt bovendien de wederzijdse invloed zichtbaar tussen hun werk en dat van de kunstenaars van De Stijl.

 

 

In 1920 trouwen Katarzyna Kobro en Wladyslaw Strzeminski. Ongeveer een jaar later, wanneer de situatie voor progressieve geesten in de Sovjet-Unie verslechtert, vluchten zij van Rusland naar Polen. Hier ontwikkelen zij ieder hun eigen kenmerkende stijl gestoeld op Strzeminski’s theorie van het ‘Unisme’ waarin kleur, vlak, lijn en ruimte een ‘totale, onverwoestbare’ eenheid aangaan. Zij vertaalt dit naar ruimtelijke objecten uit hout en metaal. Hij naar schilderijen die hij ‘architectonische composities’ noemt. Elke emotionele referentie of verwijzing buiten het vlak van het schilderij, acht hij uit den boze.

 

 

Zowel Kobro als Strzeminski doceren kunst op diverse scholen. Strzeminski publiceert daarnaast in hoog tempo artikelen en correspondeert onder meer met Malevich, Van Doesburg en Georges Vantongerloo. In de jaren ’30 begint hij met de ontwikkeling van een ‘Theorie van het kijken’, een ‘Théorie de la vision’, waarin hij culturele, sociale en psychofysiologische invloeden onderzoekt en benoemt, die in het kijken de relatie met onze natuurlijke omgeving beïnvloeden. Daarmee komt hij op gespannen voet te staan met het sociaalrealisme dat door de heersende macht wordt gepropageerd.

Grupa a.r.

In kunsthistorisch opzicht vervullen Kobro en Strzeminski een unieke rol binnen het Europese netwerk van vernieuwende kunstenaars dat bloeide in de eerste helft van de twintigste eeuw. Toch hebben zij buiten de Poolse landsgrenzen weinig bekendheid gekregen. Het Gemeentemuseum besteedt regelmatig aandacht aan kunstenaars die hoog gewaardeerd zijn door een selecte groep, maar onbekend bij het grote publiek. Zo heeft het museum de afgelopen jaren solotentoonstellingen gepresenteerd van onder meer Emo Verkerk (2014) Alice Neel (2016), Lee Bontecou (2017) en Jean Brusselmans (2018).

Unieke rol

De tentoonstelling Katarzyna Kobro & Wladyslaw Strzeminski – Een Poolse avant-garde komt tot stand in samenwerking met Muzeum Sztuki in Lódz, het Adam Mickiewicz Institute in Warschau en Centre Pompidou in Parijs, waar de tentoonstelling (deels) te zien was van 17 oktober 2018 t/m 14 januari 2019. In Den Haag wordt het verhaal van Kobro en Strzeminski verder aangevuld in relatie tot De Stijl.

 

 

 

Lees elke dag het laatste nieuws

Ontdek dagelijks gratis een samenvatting met het laatste toeristische nieuws van wereldwijde bestemmingen, hotels, vliegmaatschappijen en touroperators.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

 

Comments are closed.