Collectie ‘Oud-Europa’ Rijksmuseum van Oudheden vanaf 15 juni weer te zien

De collectie ‘Oud-Europa’ van het Rijksmuseum van Oudheden, met archeologische vondsten uit heel Europa van prehistorie tot Middeleeuwen, leidde de afgelopen zestig jaar een slapend bestaan in de museumdepots. Tot 2017. Toen ging een nieuw onderzoek van start naar het ontstaan van deze verzameling, in de negentiende en begin twintigste eeuw. De eerste resultaten daarvan zijn van 15 juni tot en met voorjaar 2020 te zien in de kleine tentoonstelling ‘Oud-Europa’, met onder meer een fraaie selectie bronzen wapens en werktuigen uit Denemarken, zeldzame Scytische sieraden, Duitse grafvondsten uit de Merovingische tijd en Steentijdvondsten uit Franse grotten.

Tussen 1824 en 1970 verzamelde het Rijkmuseum van Oudheden meer dan 8500 objecten uit verschillende Europese landen, van Engeland tot Polen en van Rusland tot Denemarken. De verzameling speelde gedurende anderhalve eeuw een belangrijke rol in het museum, maar raakte daarna in vergetelheid.

 

 

De tentoonstelling haalt de opvallendste objecten uit de collectie Oud-Europa voor een poosje uit het depot. Ze komen onder meer uit Franse grotten, Merovingische grafvelden in Duitsland en Zwitserse meeroevernederzettingen. Centraal staat verzamelgeschiedenis: de ontwikkeling van de collectie en de veranderende motieven om die bijeen te brengen in de loop van ruim 150 jaar.

 

 

In veel landen speelden musea in de negentiende eeuw een belangrijke rol in het groeiende nationale bewustzijn. Dat was de reden dat het Rijksmuseum van Oudheden een collectie Oud-Europa bijeen wilde brengen: een mooie nationale collectie verstevigde de positie van het jonge Koninkrijk der Nederlanden. Tegelijkertijd was het handig voor musea om originele objecten of kopieën van objecten te verzamelen voor vergelijkingsdoeleinden.

Met de komst van conservator en directeur Jan Hendrik Holwerda in het begin van de twintigste eeuw werden de verzamelmotieven wetenschappelijker. Hij bracht gericht stukken bijeen om de Nederlandse archeologie van een Europese context te voorzien. Holwerda richtte ook een permanente tentoonstelling Oud-Europa in. Er kwam een studiezaal bij en er verscheen ook een gids. De vele objecten kregen aanvankelijk een belangrijke plaats in het museum, maar toch verdwenen ze in 1956 definitief naar de depots om plaats te maken voor andere tentoonstellingen.

 

Lees elke dag het laatste nieuws

Ontdek dagelijks gratis een samenvatting met het laatste toeristische nieuws van wereldwijde bestemmingen, hotels, vliegmaatschappijen en touroperators.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Comments are closed.