Gewoon in West-Terschelling

Ruim een week op het Waddeneiland Terschelling, en dan voornamelijk in West-Terschelling. Contributor Royan ging erheen zonder auto en zonder fiets. Gewoon om te relaxen samen met zijn hond Plouf.

Veerboot in de haven van Terschelling

De auto heb ik achtergelaten op het vasteland, in een prima parkeerplaats dicht bij de boot waar de accu gedurende mijn afwezigheid ook nog eens werd opgeladen. Voor de oversteek heb ik bewust gekozen voor de veerdienst en niet voor de snelboot. Ik vind het fijn om rustig opbouwend van de vakantie te genieten. Twee uur doorbrengen op het zonovergoten dek van de veerboot was een mooie manier om dat te doen. Heel langzaam zie je dan de vakantiebestemming steeds dichterbij komen. Een fiets meenemen was geen optie voor me. De hond gaat echt niet achterop zitten, wil zeker niet in een bagagewagentje en is niet van plan om er achteraan te rennen.

Eilander

Mijn oom was een echte eilander, geboren op Terschelling. Het eiland heeft daardoor een speciale aantrekkingskracht, want al wandelend door West zoals de eilanders het grootste dorp noemen, zie je de plekken waar hij heeft gewoond, waar zijn ouders hebben gewoond of waar mijn tante vandaag de dag nog steeds woont. Je voelt je dan een beetje verbonden met het eiland.

West-Terschelling

Behouden Huys

Ik heb negen dagen in West-Terschelling doorgebracht en ik kwam tijd tekort. Om het eiland echt te ontdekken en te begrijpen, is een bezoek aan museum het Behouden Huys beslist een aanrader. In deze aanlengende pandjes uit de 17e eeuw ligt een stuk geschiedenis van het eiland zo voor het grijpen. Je ontdekt hoe de mensen er vroeger leefden en wie er van Terschelling komen. Willem Barentsz bijvoorbeeld is daar één van, naar wie de zee boven Rusland is vernoemd. Deze ontdekkingsreiziger is hier op het eiland geboren. Aan het einde van de 16e eeuw kwam zijn schip vast te zitten in het ijs van Nova Zembla. Met de bemanning bouwde hij een Behouden Huys om de winter door te komen. Een replica daarvan staat in de tuin van het museum. Na de barre winter overleefde Willem Barentsz de terugtocht naar de bewoonde wereld niet.

Het Behouden Huys van Willem Barentsz

 

Huys van binnen

Verder in het museum wordt de geschiedenis van de Lutine uiteengezet. Dit Brits oorlogsschip, volgeladen met zilver en goud, verging in 1799 door een zware storm vlak voor de kust van Terschelling. Slechts één man overleefde de scheepsramp. Eeuwenlang is er naar het goud gezocht en een deel daarvan is geborgen. Op het eiland staan veel kanons, waarvan sommige van de Lutine afkomstig zijn. Een prachtige animatiefilm doet je in het museum even teruggaan in de tijd. Ik was betoverd en ik heb bij de balie het boek ‘Lutine’ gekocht om het meteen daarna tot de laatste bladzijde toe uit te lezen.

De animatiefilm

Wanneer je tijdens je vakantie op het eiland begint met een bezoek aan dit museum, ontdek en begrijp je daarna oprecht veel meer van Terschelling.

Vertrouwd

Als vanouds ben ik neergestreken in hotel Oepkes, een fijn familiehotel waar het echt voelt als thuiskomen. Het is er rustig en in de loop van de middag komen veel van de gasten bij elkaar op het terras voor het hotel. Dan wordt er wat gedronken en gekletst. Er worden ervaringen uitgewisseld. Gezelligheid is dan troef. Dat is wel één van de redenen dat ik tijd tekort kwam op het eiland. Mensen zeggen elkaar gedag en praten met elkaar. Heerlijk.

Hotel Oepkes

West is prettig. Het licht van de Brandaris dat ’s avonds en ’s nachts over het eiland glooit, voelt aan als vertrouwd en is geruststellend. De vuurtoren werd gebouwd aan het eind van de 16e eeuw om de route naar Hanzestad Kampen veilig te stellen, in de tijd dat er nog een Zuiderzee was. De handelsschepen hadden een baken nodig.

Het licht van de Brandaris

Het eiland is onderdeel van Friesland. Formeel wel ja, maar pas nadat de Duitse bezettingsmacht daartoe had besloten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Je ziet dan ook amper Friese vlaggen op het eiland maar wel Terschellinger vlaggen. En ook al is het eiland officieel onderdeel van de provincie Friesland, de Friese taal is hier niet verplicht op school.

Tiger

De provinciale herindeling is niet het enige waar de Duitse bezetter voor gezorgd heeft. Op Terschelling zijn er rond de 500 bunkers gebouwd, deels om onderdeel uit te maken van de reusachtige verdedigingslinie Atlantic Wall. Op het zeven hectare grote terrein van de voormalige Duitse radarstelling Tiger, staan er maar liefst 100. Tijdens de oorlog waren 200 Duitse soldaten hier tewerkgesteld om met behulp van steeds vernuftigere radarsystemen, geallieerde vliegbewegingen waar te nemen en er jagers op af te sturen. Na de oorlog raakte het complex bedolven onder het duinzand. Sinds 2012 is een grote groep enthousiaste vrijwilligers bezig om de radarstelling in oude staat te herstellen. Het is niet gebombardeerd dus het was nog redelijk intact, zij het dat er veel uit de bunkers was verdwenen.

Tiger-rondleiding

Tijdens een rondleiding kun je een luchtafweergeschutbunker van binnen bekijken, alsook de grote commandobunker. In deze laatste ontdek je hoe de geallieerde vliegformaties werden gedetecteerd, soms zelfs al op 300 kilometer afstand. Met behulp van een QR-code krijg je toegang tot een aantal bunkers waarin je ziet hoe de bezetters leefden en werkten. Ook worden er zaken uitgestald die tijdens de opgravingen zijn teruggevonden, met als meesterstuk een heuse auto uit die tijd. Je kunt verder vrij rondlopen op het terrein en alles van buiten zien. Zonder rondleiding en uitleg mis je wel een hoop wetenswaardigheden.

Het commandocentrum

 

Auto van onder het zand

Bijzonder op het terrein is de Udet-reddingsboei, een soort baken in zee dat diende voor Luftwaffe piloten die in zee waren gestort. Er zaten reddingsspullen in de boei die ze konden gebruiken. In de praktijk werkte het systeem niet. Geallieerde piloten gebruikten de gele bakens als schietschijf. Eén van die met beton verstevigde boeien spoelde in 1941 reeds aan op het eiland en verdween onder het zand, totdat een storm in 2017 hem weer zichtbaar maakte. Deze boei staat nu op het bunkerterrein.

De Udet-reddingsboei

Groen

Sommige delen bij West-Terschelling zijn opvallend groen. De wandelpaden voeren je door mooie bosgebieden en leiden je naar bijvoorbeeld de Doodemanskisten. Dat is een duinmeertje vol zoet water, een ware oase. Over de herkomst van de naam doen verschillende verhalen de ronde. Eén van de vertellingen is dat hier een deel van de schipbreukelingen van de Lutine werden begraven.

Doodemanskisten

 

Prachtige natuur

Het andere groen is het Groene Strand, eigenlijk het wad. Door de vloedbewegingen is het strand soms wat breder en op andere momenten wat smaller. Het is een beetje begroeid waardoor de  aanduiding ‘groen’ wel toepasselijk is. Het is een fijne plek om lekker te wandelen en te kijken naar het buureiland Vlieland of de schepen die in de vaargeul voorbijkomen. Het is heerlijk voor honden. Op het strand mogen ze vrij rondlopen. Met een hond die watergek is zoals die van mij, ben je daar niet zomaar weg.

Het Groene Strand

Noordzee

Helemaal fijn voor honden is het Noordzeestrand. Zonder fiets en zonder auto is dat wat lastiger te bereiken vanuit West. Gelukkig gaat er een busverbinding over het eiland, en in 25 minuten ben je bij West aan Zee, bij paal 8. Na de duinen staat er een strandpaviljoen en meteen daarachter ligt een heerlijk, uitgestrekt strand aan de Noordzee. Je kunt wandelen en een duik in de golven nemen. Bij het Groene Strand kun je pootje baden. Hier kun je echt zwemmen.

West aan Zee

Ecuador

Die Noordzee is gewelddadiger dan je soms denkt. De Lutine is niet het enige schip dat is vergaan voor de kust van Terschelling. In West staat het clubhuis van duikteam Ecuador,  dat faam maakte met de vele wrakduiken die de leden uitvoerden in de wateren rondom het eiland. ‘Ecuador’ verwijst naar het schip dat in 1956 is vergaan bij Terschelling en dat een waterdiepte heeft van slechts 3 meter. Ondanks de kaarten en de waarschuwingen zijn er nog steeds schepen die averij oplopen doordat ze dit wrak raken.

Duikteam Ecuador

In Formerum, niet in West maar op slechts 15 minuten met de bus, staat het wrakkenmuseum, opgericht en ingericht door Hille van Dieren.  Hier wordt alles wat gevonden is in de vele wrakken tentoongesteld. Mijn duikershart ging daar echt sneller van kloppen. Er ligt mooi materiaal, soms van eeuwen oud, en ook uit Duitse en Engelse onderzeeërs uit de Eerste Wereldoorlog. Er zijn heel wat schepen vergaan in de buurt van de eilanden. Ze verdwijnen onder het zand, komen soms weer tevoorschijn, om daarna opnieuw voor onbepaalde tijd bedolven te worden onder het zeezand. Het museum ligt vol met mooie schatten die mede afkomstig zijn van het jutten.

Het wrakkenmuseum

In het museum kom je tijd tekort en kijk je je ogen uit. In het buitengedeelte ligt een piratenschip waarop kinderen zich uit kunnen leven. Je kunt er ook gezellig eten en drinken.

Vitrines in het museum

Eten en drinken

Een natje en een droogje heb je overal wel op het eiland. Ik heb nogal wat restaurants uitgeprobeerd maar Nap, tegenover de Brandaris, sprong er wat mij betreft echt bovenuit. Ik heb er een paar keer gegeten, zowel à la carte als volgens het ‘fine dining’ concept. Daarbij geef je aan hoeveel gangen je wilt hebben en bepaalt de chef voor je wat er geserveerd wordt. Een jonge sommelier alias restaurantmanager, Joey, wist op zeer geraffineerde wijze de juiste wijnen uit te zoeken en er een prachtig verhaal bij te vertellen. Dineren is hier dankzij de kwaliteit en de variëteit van de gerechten een ware belevenis.

Bij restaurant Nap

West

Je mist best wel wat van Terschelling wanneer je de hele vakantie in en rond West blijft. Terschelling is immers een fiets- en wandeleiland bij uitstek. Er ligt dertig kilometer strand. Toch is ruim een week om en bij West beslist geen straf. Er is genoeg te doen.

Een bunker als uitkijkpunt

 

Comments are closed.