Bonaire, ook op het droge

Contributor Royan houdt van Bonaire en beschrijft wat het eiland naast duiken nog meer te bieden heeft. Volgens hem is het zonde om alleen maar onder water te vertoeven. En dat begint al wanneer je het water uitloopt en er naast een gele merksteen van een duikstek, een leguaan op je zit te wachten. Het is alsof hij je welkom heet in deze warme, tropische omgeving.

Leguaan bij duikstek Karpata

Leguaan bij duikstek Karpata

De natuur van Bonaire

Met een lengte van 40 kilometer is het eiland goed te overzien. Dit stukje tropische grond in de Caribische zee biedt een verrassende verscheidenheid aan landschappen: een ruige kust in het noorden, veel golfslag in het oosten, wat rustiger water in het westen, een prachtig mangrovebos, dorre gebieden met hoge cactussen, en idyllische taferelen op het eilandje Klein Bonaire. En dat is nog maar een greep uit de vele mogelijkheden die Bonaire kent. Beachbars, resorts voor watersporters en fijne restaurants vullen de natuur aan om het geheel nog aangenamer te maken.

Wit goud

Al eeuwenlang wordt hier zout geproduceerd. Dit werd vroeger het witte goud genoemd. In de 16e eeuw gebeurde dat door Spaanse dwangarbeiders, later door slaven die door de Nederlanders naar het Caribisch gebied werden gebracht. Deze sliepen in slavenhuisjes waarvan een deel nog bestaat. De zoutwinning gaat nog steeds door en vormt een bron van inkomsten. De zoutpannen zijn uitgestrekt en van elkaar gescheiden door dijkjes.

 

 

Soms neemt het zout dat daar ligt de paarse kleur aan, dit door de aanwezigheid van algen. Het zout wordt uiteindelijk opgeslagen in hoge witte duinen, die van verre zichtbaar zijn. Hiervandaan wordt het middels een grote en lange metalen constructie afgevoerd naar schepen die afmeren aan deze zogenaamde zoutpier.

Oranje gekleurde slavenhuisjes

Oranje gekleurde slavenhuisjes

Zoutpannen en zoutduinen

Zoutpannen en zoutduinen

Pelikaan voor de zoutpier

Pelikaan voor de zoutpier

Washington Slagbaai

In het noordwesten ligt het ruim 5.600 hectare groot nationaal park Washington Slagbaai. Hier leven vele soorten vogels en reptielen op een droge grond die begroeid is met struikgewas en enorme cactussen. Ook ligt hier op 241 meter het hoogste punt van het eiland: de berg de Brandaris. De kustlijn langs het park is wat ruiger dan elders op het eiland, met koraalstranden en rotsachtige kliffen, maar je kunt er ook kleine paradijselijke zandstrandjes ontdekken, zoals bij Makaya II.

 

 

Overdag is het park geopend voor het publiek. Je hebt wel een terreinwagen nodig om het te betreden evenals heel wat uren de tijd om optimaal te genieten van de uitzichten en voor de wandelingen die je er kunt maken. Aan het einde van de route door het park ligt Saliña Slagbaai, een zoutmeer waar zich veel flamingo’s ophouden. Het is een bekende rustplaats voor bezoekers die het einde markeert van de ontdekkingsreis door het natuurgebied.

Washington Slagbaai nationaal park

Washington Slagbaai nationaal park

Makaya II

Makaya II

Flamingo's

Flamingo’s

Blauwe lagune

Lac Bay, waarlangs het mangrovebos gedijt, is een ondiepe lagune met helderblauwe tinten. Twee beschermde diersoorten leven hier redelijk ongestoord: de groene zeeschildpad en de koninginnenschelp. Langs dat goddelijk uitziende water bevinden zich ook een aantal beachbars, vanwaar je met de surfplank kunt gaan spelen met de wind. Jibe city is zo’n plek waar surfkampioenen op af komen en waar je ook nog eens kunt genieten van een smakelijke al dan niet typisch Nederlandse maaltijd.

Jibe city

Jibe city

Klein Bonaire

De echte serene rust vind je op het verlaten eilandje Klein Bonaire, op slechts een kleine afstand varen. Je kunt je daar met een bootje af laten zetten om vervolgens een aantal uren later weer opgehaald te worden. Het eilandje is verlaten. Koraalstranden en zandstranden wisselen elkaar af terwijl de dorre natuur op land wat onherbergzaam oogt. Het is wel de plek om het bountygevoel te krijgen, ook al staan er geen palmbomen. In de regel is het er niet druk. Je kunt er ook niet veel anders doen dan wandelen, zonnen of snorkelen te midden van een rijk onderwaterleven. Je kunt er ook niets krijgen en je kunt er feitelijk ook niet schuilen, behalve onder een tweetal kleine houten overkappingen. Maar heel even ben je er Robinson Crusoë in een prachtige omgeving.

Aankomst op Klein Bonaire

Aankomst op Klein Bonaire

Klein Bonaire

Klein Bonaire

Bonaire wordt Divers Paradise genoemd. En terecht. Maar ook voor alle andere bezoekers kan het zomaar een paradijs worden. Je hoeft er alleen maar rond te rijden om het te ervaren.

 

Meer reisverhalen en tips zoals deze ontvangen?

Vul je e-mailadres in om te genieten van nieuwe reisverhalen en tips van onze contributors.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.