Tentoonstelling ‘De schilders van Tachtig’ in april te zien in Gemeente museum Den Haag

Zoals de kunstenaars van de Haagse School naar buiten trokken om het landschap te schilderen, zo ontdekte de volgende generatie kunstenaars het straatleven. Vanaf de jaren 1880 kiezen jonge schilders als George Hendrik Breitner, Isaac Israëls en Willem Witsen het stadsleven als onderwerp voor hun tekeningen en schilderijen. Het centrum van de schilderkunst is niet langer Den Haag maar Amsterdam. Het Gemeentemuseum Den Haag presenteert deze ‘Tachtigers’, ook wel de Nederlandse Impressionisten genoemd, sinds lange tijd weer in een grote overzichtstentoonstelling.

De verschuivingen in de kunstwereld vallen samen met een grote verandering in de samenleving. Vanaf 1870 groeit de bevolking in de steden voor het eerst sneller dan op het platteland. Amsterdam, Den Haag en Rotterdam verdubbelen in omvang. De trek naar de stad heeft als gevolg dat er nieuwe wijken ontstaan rondom de ‘binnenstad’. Als oplossing voor de woningnood worden er voorsteden gebouwd.

 

 

Dankzij de industrialisering en een groeiende welvaart worden luxe en vermaak aan het einde van de negentiende eeuw voor het eerst voor de massa bereikbaar. Het uitgaansleven, dat is komen overwaaien vanuit Frankrijk, wordt vastgelegd door kunstenaars. Zij tonen de stad in al zijn schoonheid én lelijkheid. Ze schilderen straatfeesten en kroegen, maar ook chique modehuizen, restaurants en theaters. Ze hebben allemaal hun eigen kijk op het leven, want de moderne stad kent meerdere gezichten: aan de ene kant zijn er de luxe en vertier, daartegenover leeft een groot deel van de bevolking in armoede.

 

 

Breitner schildert zowel winkelende dames als hardwerkende arbeiders. Israëls verbeeldt chique modeshows en volkse café’s, Jacobus van Looy legt een hossende menigte tijdens het Oranjefeest vast. Het is de dynamiek van de stad die hen aantrekt, terwijl andere kunstenaars als de gevoelige Witsen en Eduard Karsen zich specialiseren in het verstilde stadsgezicht. Tezamen brengen de schilders het 19e- eeuwse Amsterdam, Den Haag en Rotterdam tot leven. Met trams op het rumoerige Rokin, de eerste elektrische verlichting, verleidelijke etalages en voortdurende bouwwerkzaamheden.

Rumoer in de stad. De schilders van Tachtig is een vervolg op de succesvolle tentoonstelling Holland op z’n mooist. Op pad met de Haagse School uit 2015, waarin de veranderingen van het landschap door de schilders van de Haagse School werden vastgelegd. Deze keer richt de tentoonstelling zich op de volgende generatie kunstenaars die het moderne leven in de stad verbeelden. Door middel van een grote selectie van meer dan 100 schilderijen en tekeningen, alsook fotografie, documentatiemateriaal en een bijzondere groep schetsboeken van Isaac Israëls wordt het moderne stadsleven inzichtelijk gemaakt. Door een samenwerking met het Literatuurmuseum zijn er bijzondere eerste uitgaven te zien van dichters als Willem Kloos, Albert Verwey en Herman Gorter.

Deze tentoonstelling wordt mogelijk gemaakt dankzij een belangrijk aantal bruiklenen van onder meer het Rijksmuseum Amsterdam, Centraal Museum Utrecht, Dordrechts Museum, Amsterdam Museum, Groninger Museum, Teylers Museum, Museum Gouda en een groot aantal particuliere collecties. Het Koninklijk Museum voor de Schone Kunsten in Antwerpen leent een bijzondere collectie van werken van Breitner. Daarnaast komt deze tentoonstelling tot stand in samenwerking met de Universiteitsbibliotheek Leiden en het Haags Gemeentearchief.

Mischa Andriessen, sinds eind 2016 ‘schrijver-in-de-residentie’ van het Gemeentemuseum Den Haag heeft zich door verschillende werken uit de tentoonstelling laten inspireren. Zijn gedichten worden in de tentoonstelling aan het publiek gepresenteerd.

 

 

Ontvang dagelijks het laatste nieuws

Ontdek elke dag gratis een samenvatting met het laatste nieuws en actuele events van wereldwijde bestemmingen. (en we sturen geen spam)

Comments are closed.