Fietsrondje juni: de Leender bossen en de Groote Heide

Honderd jaar geleden verbonden de inwoners van Leenderstrijp de school en de dorpswinkel aan elkaar. Dit ging niet zonder inspanning, maar uiteindelijk wonnen de bewoners de schoolstrijd van Leenderstrijp. Dankzij deze unieke combinatie zijn beide voorzieningen in het nietige Brabantse dorpje nog steeds in stand. In Strijp is ook het vermaarde fietscafé de Hospus. Niet toevallig, want in de Leenderbossen en de op de Groote Heide is het schitterend fietsen.

De Groote Heide

De Groote Heide

Ooit was het zuidoosten van Noord-Brabant een grote heide. Door de stormachtige groei van Phillips sloeg de verstedelijking rond Eindhoven toe als een olievlek. Kleine gemeenschappen groeiden uit tot forenzenplaatsen. Snelwegen rukten de natuur uit elkaar. Toch is er nog voldoende natuurgebied over om in alle rust op de fiets te genieten. Dat merken we zodra we de bebouwde kom van Heeze verlaten en onze wielen rollen op een fietspad door de bossen.

“Ook dit waren vroeger heidevelden en zandverstuivingen, maar de mijnen van Zuid-Limburg hadden stukhout nodig”

De dennen waren daar uiterst geschikt voor en dus verrees hier productiebos. Diverse stroompjes doorkruizen het landschap, zoals de Tongelreep, die belangrijk was voor de ontwikkeling van de landbouw. De bouw van een stuw maakte de het de vissen onmogelijk stroomopwaarts te zwemmen naar hun paaigronden. De vispassage bij Drie Bruggen zorgt nu voor een overbrugging. Bankjes nodigen uit om even plaats te nemen voor het minikapelletje van Onze Lieve Vrouw van de Drie Bruggen in de natuur. Dit is Brabant!
er-even-voor-gaan-zitten

neem-even-plaats-voor-onze-lieve-vrouw-van-de-drie-bruggen

Maar bij Brabant hoort ook de grootschalige varkenshouderij. Zodra bij Valkenswaard de bossen verdwenen zijn, komen de mestgeuren ons tegemoet. We krijgen het vlees zelfs aangeboden vanuit een automaat voor een varkenshouder.

De bekendste stroom in de omgeving is de Dommel, die vanuit het Belgisch Peer naar Den Bosch stroomt. Het terras tegenover van de Venbergse Watermolen zit boordevol met een kakelende meute: niet alleen fietsers, maar de Dommel is ook in trek bij kanovaarders. Snel zitten we echter in de rust van het natuurgebied de Malpie. Slingerend over de kleine heuveltjes ontwaren we tussen het groen de vennen. Dit is eveneens Brabant. Een reiger staat geduldig met de poten diep in het water te wachten tot een prooi zich aandient. Ook mensen maakten in deze streek gebruik van vogels voor de jacht. Na een intensieve training konden valken hiervoor worden ingezet. De kruisridders ontdekten deze wijze van jagen in het middenoosten en namen de kennis mee naar Brabant. Vooral in de 17e eeuw werd deze vorm van jacht intensief bedreven door inwoners van Valkenswaard en Leenderstrijp. De plaats Valkenswaard dankt hier zelfs zijn naam aan.

De Reiger wacht op zijn prooi

De Reiger wacht op zijn prooi

Het dorpje Schaft straalt de Brabantse gemoedelijkheid nog altijd uit. Met houdoe! neemt een inwoner na een praatje afscheid van ons om op zijn klompen verder te gaan met de straat voor zijn huis te vegen. Bij een boerderij hangt een bordje asperges te koop. Zo van het land.

Asperges, tot 24 juni verkrijgbaar

Asperges, tot 24 juni verkrijgbaar

Van het land leefden ook de monniken van de Benedictus Abdij van Achel: beter bekend als de Achelse kluis. Het complex ligt net over de grens in België, maar een deel van de landerijen bevond zich in Nederland. De monniken boeren niet meer. Het Nederlandse deel is verkocht aan Staatsbosbeheer.

De kloostermuur van de Achelse kluis

De kloostermuur van de Achelse kluis

Een witte streep op de weg geeft aan waar de grens passeren. Zo gemakkelijk ging dit niet tijdens de Eerste Wereldoorlog, want de Duitsers hadden het bezette België afgegrendeld van Nederland met een elektrische dodendraad. Ter herinnering aan deze huiveringwekkende tijd is opnieuw een stukje draad opgesteld. Gelukkig staat er geen stroom op.
dodendraad-route

De Groote Heide bestaat in deze uithoek van Nederland nog altijd uit heide afgewisseld met zandverstuivingen en soms ook een doorkijkje naar een verborgen vennetje.

een vennetje

een vennetje

Karrensporen voeren door de bossen. Tot in de vorige eeuw kende de streek geen andere wegen. Ook Leenderstrijp was uitsluitend via zandwegen bereikbaar. Nu bestaat de bestratingin het dorp uit klinkers om snel rijden te voorkomen. Nog altijd domineren hier de karakteristieke Brabantse langgevelboerderijen het dorpsbeeld. In deze boerderijen zijn het woonhuis, de schuur en de stal in een langgerekt gebouw ondergebracht. We nemen even plaats op het Kaetsplein: een driehoekig grasveld dat het centrum vormt om een ijsje te nuttigen uit de coöperatieve dorpswinkel Sint Jan.

De coöperatieve dorpswinkel Sint Jan

De coöperatieve dorpswinkel Sint Jan

Leende heeft wel een echt centrum met de robuuste Basiliek van Sint Petrus’ Banden in het midden. Na de Vrede van Munster in 1648 werd de kerk van de katholieken ontnomen en in handen gegeven van het handjevol protestanten in de omgeving. Het aantal protestantse kerkgangers was er te gering voor deze flinke kerk. Om de kerk toch nog een enige functie te geven vonden hier gemeenteraadsvergaderingen plaats. In 1798 tijdens de Franse periode werd de kerk weer terug gegeven aan de katholieke gemeenschap.

In Heeze valt de straatnaam Dominee Kremerstaat op. Je zou niet verwachten dat een protestantse predikant in het katholieke Heeze belangrijk genoeg was om er een straat naar te vernoemen. Kremer, die predikant was in Heeze van 1825 tot 1867, stond echter veel meer bekend als ogendokter. Van heinde er verre kwam men voor een consult.

Het kasteel van Heeze biedt ons een waardig einde van onze tocht. Het bouwwerk dat voor een deel omgeven door water speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van Brabant. Vanuit het kasteel werden uitgebreide jachtpartijen georganiseerd in de omringende bossen en heide die bij het kasteel hoorden.

De tuin van kasteel Heeze

De tuin van kasteel Heeze

Nog altijd wordt het kasteel bewoond door telgen van het aloude adellijke geslacht Van Tuyll van Serooskerken. Het staat open voor bezoek. Diverse ruimtes zijn te huur voor feesten en daarmee is het kasteel een geliefde trouwlocatie. Een idee: samen de imposante oprijlaan opfietsen voor een huwelijk!
het-kasteel-van-heeze-bovenaf

  • Route informatie
  • De route
  • Horeca onderweg
  • Bezienswaardigheden onderweg
  • De Venbergse Watermolen
  • De Malpie
  • De Doden Draad
  • De Achelse Kluis
  • Eeuwfeest Leenderstrijp
  •  

     

    Routeinformatie

    Fietsroute: De Leender bossen en de Groote Heide
    Land: Nederland (klein stukje België)
    Provincie: Noord-Brabant
    Lengte: 40 km
    Beginpunt: Heeze-station
    Eindpunt: Heeze-station

    De route

    Start: Station Heeze. Verlaat het station aan de zijde van spoor2.(treinen vanuit richting Eindhoven. Ga vanuit het station haaks de Leuren op.
    na 200 mtr linksaf de Ambachten.
    na 150 mtr rechtsaf de Ambachten.
    na 400 mtr bij drempel linksaf de Wagemaker.
    na 100 mtr einde bebouwde kom. Rechtsaf fietspad langs autoweg. Je bent hier op een knooppountenroute. naar 50, 52, 20, 53, 55, 2, 32,33, 217 (Achelse Kluis), 36, 56, 54, 19, 17, 18, 51, 14, richting 13. Net voor 13 is rechts de oprijlaan van het kasteel.
    Ga voor het station voor net voor knooppunt 13 linksaf de Sint Nacisiustraat. Rijd deze straat tot het einde.
    Na 400 mtr rechtsaf de Dominee Kremerstraat
    Na 400 mtr linksaf De Laarstukken en je komt bij het station. Bij het station van Heeze is parkeergelegenheid.

    routekaart

    Horeca onderweg

    Bij Knooppunt 2 Toeristenoord Venbergse Molen.
    1 km voorbij 33, bij rotonde drukke weg, Eetcafé Zomerhof.
    217, Achelse Kluis.
    54, Strijp, de Hospus
    17, Leende, meerdere keuzes.
    13, In de Kapelstraat van Heeze tref je alle voorzieningen.

     

     

    Meer Fietsrondje verhalen ontvangen?

    Vul je emailadres in om een e-mail te ontvangen als er nieuwe fietsrondjes en fietsverhalen beschikbaar zijn op verkeersbureaus.info

     

    Bezienswaardigheden onderweg

    De Venbergse Watermolen aan de Dommel is een van de oudste molens van West-Europa. Al in documenten uit 1227 staat deze molen vermeld. In 1947 begon de molenaar uit armoede op zondag illegaal limonade en bier te verkopen. Hij kreeg de economische controledienst uit Den Haag op zijn dak. De beambte was echter zo onder de indruk dat hij in plaats van een boete zorgde voor een vergunning. Zo ontstond het succes van Hotel-Café-Restaurant Toeristenoord Venbergen met een groot terras aan de Dommel. Je kunt hier het fietsen afwisselen met een kanotochtje op de Dommel. Tijdens zomerse weekenden wemelt het hier van de kanovaarders op het water.

    De Venbergse watermolen

    De Venbergse watermolen

    De Malpie

    De Malpie is een langgerekt natuurgebied met heide en vennen in het stroomgebied van de Dommel. Ook zandgronden en moerassen wisselen elkaar af. Over de betekenis van de naam Malpie bestaan verschillende theorieën. Een mogelijkheid is dat het is afgeleid van het Franse mal pays (slecht land). Een andere theorie, die waarschijnlijk de juiste is, is dat het woord is afgeleid van het oud-Nederlandse maal pee: maal betekent grenspaal en pee betekent zandrug, of zandpad. Dus een plaats waar paden op een zandrug naar een grenspaal leiden. In 2010 is het natuurgebied weer zoveel mogelijk in de oude staat hersteld. In de droge zomer van 2015 was een bosbrand uitgebroken, maar door snelle inzet van veel brandweerlieden met groot materiaal is de schade gelukkig binnen de perken gebleven.

    de Malpie

    de Malpie

    De dodendraad

    Op 4 augustus 1914 viel Duitsland België binnen en werd België in de Eerste Wereldoorlog meegezogen. Bijna het gehele land werd door de Duitsers onder de voet gelopen. Slechts op een klein strookje land aan de kust wist het Belgische leger stand te houden achter het riviertje de IJzer. De Belgen pasten hier de Hollandse methode toe door land onder water te zetten.
    Het barbaarse gedrag van de Duitse troepen met moordpartijen onder burgers en plunderingen veroorzaakte een stroom vluchtelingen van België naar het neutrale Nederland, dat zich door slim diplomatiek spel buiten de oorlog wist te houden. Vooral het dreigende bombardement van de stad Antwerpen leidde tot een ware exodus van meer dan 1 miljoen van de 7 miljoen Belgen naar ons land.

     

     

    Deze vluchtelingenstroom zorgde voor enorme opvangproblemen in Nederland dat destijds 6 miljoen inwoners telde. Zo had Bergen op Zoom slechts 16.000 inwoners, maar kreeg ruim 100.000 Belgen als vluchteling in de stad. Ook de voedselvoorziening was een zware klus voor ons land. Door de oorlog was al een schaarste aan diverse producten. Het grootste deel van de vluchtelingen keerde na de overgave van Antwerpen weer terug, maar daarna bleven tijdens de Eerste Wereldoorlog ruim 150.000 Belgische vluchtelingen in Nederland.

    2000 volt

    Duitsland was bang dat Belgisch mannen via ons land naar Engeland zouden reizen om zich daar aan te sluiten bij de geallieerde troepen. De grens door bewaking echt hermetisch af te sluiten zou te veel Duitse manschappen kosten die hard nodig waren voor de strijd aan het front. Daarom sloot de Duitse bezetter België in 1915 geheel af van Nederland af met een 449 kilometer lange dodendraad langs de gehele grens. Deze draad had een spanning van 2000 volt.

    Tentoonstelling Achselse kluis

    Tentoonstelling Achselse kluis

    Op vijftig tot honderdvijftig meter van elkaar stonden en/of patrouilleerden constant schildwachten. ’s Nachts werd het aantal grenswachters verdubbeld en werd meer gepatrouilleerd. Duitse soldaten kregen de opdracht om na een niet beantwoorde waarschuwing onmiddellijk te schieten. Alleen mochten zij nooit in de richting van Nederland vuren. De soldaten wandelden van het ene schakelhuisje naar het andere. Wanneer twee grensbewakers elkaar halfweg ontmoetten, maakten ze rechtsomkeer. Wachtbeurten bleven tot op het laatste moment geheim. Langs de versperring lagen er ook mijnen. Op sommige plaatsen hadden de grenswachters grote zoeklichten opgesteld om ’s nachts de omgeving beter in de gaten te houden. Overdag hingen er luchtballonnen boven de versperring om mensen op te sporen. In de schakelhuisjes stond nog wat technische of regelapparatuur, onder meer een systeem waardoor de grensbewakers konden vaststellen wanneer er sabotage was. In voorkomend geval moest een grenswachter met de fiets langs de versperring tot op de plaats van het incident rijden en meteen terugkomen om zijn meerderen te informeren. Via een veldtelefoon konden de leidinggevende officieren over de situatie ter plekke geïnformeerd worden.

    Waarschuwing vanaf de preekstoel

    Elektriciteit was destijds nog geen algemeen goed en voor veel kleine dorpen in de buurt van de grens was dit de eerste kennismaking met stroom. De pastoors waarschuwden de gelovigen vanaf de preekstoel voor de gevaren. Toch zijn er ook onachtzame burgers om het leven gekomen, zoals spelende peuters. Er bleven tal van pogingen om te vluchten. Naar schatting zijn ruim 800 Belgen tijden hun poging de grens over te steken dodelijk getroffen door een stroomstoot.

    Kat en mispel

    Maar ook vele vluchtpogingen slaagden. Er ontstond een waar kat en muis spel. Grensbewoners verzonnen allerlei technieken om alsnog voorbij de dodendraad te komen. De meest simpele wijze bestond uit het omkopen van de Duitse grenswachters. De soldij was in die tijd bepaald geen vetpot. In ruil voor wat geld werd afgesproken om op een bepaald ogenblik de spanning op de draden gedurende een kwartiertje af te zetten. Velen zijn op die wijze aan de overkant geraakt, maar anderen werden ook verraden.

    Passeur tussen de dodendraad

    Passeur tussen de dodendraad

    Daarnaast kon men proberen de versperring te ontwijken door bijvoorbeeld door een duiker, riool, afvoerbuis of kanaaltje onder de versperring te kruipen. Vaak maakte men ook gebruik van stokken die aan de bovenzijde een geïsoleerd U-profiel hadden: daarmee kon men de onderste draad een tiental of twintigtal centimeter naar omhoog duwen, zodat er meer plaats was om er onderdoor te kruipen. Sommige probeerden met een ladder over de versperring te geraken. Daar gebeurden evenwel nogal wat tragische ongevallen mee. In de Voerstreek, maar ook op andere plaatsen, sprongen vluchtelingen met een polsstok over de versperring. Soms werd een ton, waarvan onder- en bovenkant waren weggeslagen, onder de onderste of tussen de onderste en de tweede draad geschoven, zodat men er vrij veilig door kon kruipen. Dat gebeurde ook wel eens met een mand waarvan de bodem was weggeknipt of een houten bak zonder bodem. De handigste variant hierop was het gebruik van een houten fietsvelg die tussen de onderste en de tweede draad werd opgespannen: zo ontstond een vrij brede opening waardoor zelfs onervaren lieden vrij veilig door de draden konden geraken.

     

     

    Elementair was het gebruik van wollen dekens: men wikkelde een deken rond een draad en een ander rond de erboven of eronder liggende draad, zodat men tussen de dekens naar de andere kant kon kruipen. Interessanter was het gebruik van rubber. Wanneer een rubberen mat van één tot anderhalve meter onder de onderste draad werd geschoven, konden vluchtelingen redelijk veilig op de mat gaan staan en door de draden heen kruipen, ze konden de draden zelfs vasthouden op voorwaarde dat ze met de voeten op de rubberen mat bleven staan. Grensgidsen die vluchtelingen of spionnen door de versperring hielpen, beschikten daarenboven over rubberen handschoenen en laarzen, soms zelfs over rubberen pakken. Goed beschermd met rubberen handschoenen gebruikten zij ook vaak een aan de handvaten geïsoleerde hefboomkniptang om de draden door te knippen. Deze techniek was evenwel niet zonder gevaren, want van zodra een draad was doorgeknipt ging er bij de grenswachters een alarm af. Tot slot was er het passeursraam: een houten opvouwbaar raam met geïsoleerde boven- en onderkant. Dat werd tussen de draden gespannen, waarna de passeur naar de andere kant kon kruipen. De Duitser reageerden door nog meer draden te spannen, zodat een raam niet meer tussen de draden kon. Nederland keek toe, want Nederland was neutraal. Meer informatie over de dodendraad tref je in de tentoonstelling de Groote Oorlog in het complex van de Achelse Kluis.

    Achelse Kluis

    Officieel is dit de Sint-Benedictusabdij. De religieuze functie van deze locatie, net over de grens, stamt uit 1656 toen katholieken in het protestantse Nederland hun godsdienst niet mochten uitoefenen en hun kerken ontnomen werden. Katholieken uit de omgeven weken uit naar deze plek. In 1686 ontstond hier een gemeenschap van kluizenaars, vandaar de naam Achelse Kluis. De huidige trappistenabdij werd gesticht in 1846. De monniken kozen deze plaats uit vanwege de rust in het groen. Na de Tweede Wereldoorlog is het klooster ingrijpend verbouwd en uitgebreid. Ook enkele jaren geleden is het complex verbouwd, waarbij de voormalige kloosterhoeve een nieuwe functie kreeg. Oorspronkelijk leefden de monniken van de opbrengst van hun landbouwgronden. Nu heeft de Abdij een kloostersupermarkt (ook open op zondag), een religieuze kunstgalerie/boekhandel en een herberg met terras op de binnenplaats van de voormalige kloosterhoeve. Er is een feestzaal te huur voor maximaal 100 personen.
    achelse-kluis

    achselse-kluis-2

    Net al veel abdijen brouwde de Achelse Kluis ook bier, maar de abdij moest hier in de Eerste Wereldoorlog mee stoppen. Pas in 1998 zijn de monniken weer begonnen met het brouwen van bier. De brouwerij is een van de elf erkende Trappistenbrouwerijen in de Wereld. Zes van deze brouwerijen zijn in België, twee in Nederland, een in Oostenrijk, een in Italië en zelfs een in de Verenigde Staten. Je kunt de brouwerij zelf niet bezoeken, maar vanuit de herberg kijk je van achter een glazen wand op de trappistenbrouwerij, waar de diverse kostelijke biertjes worden gebrouwen. Opmerkelijk is dat Achel Trappist ook bier brouwt met 5% alcohol. De meeste Trappistenbieren zijn aanzienlijk zwaarder.

    Genoeg bier in de kloosterwinkel

    Genoeg bier in de kloosterwinkel

    De blonde en bruine bieren van 5% komen van de tap en zijn alleen verkrijgbaar in de herberg van de Achelse Kluis. De overige bieren zijn uitsluitend op de fles van 33 cl en 75 cl en ook elders verkrijgbaar 
De 8% (bruin en blond) 
De 9,5% (bruin en blond). In de kloostersupermarkt zijn ook tal van andere bieren te koop: ook de enige Italiaanse trappist Tre Fontane.

    Leenderstrijp of ook wel Strijp

    Een sfeervol Brabants buurtschap dat in de loop ter tijd weinig veranderd lijkt. Midden in het dorp is het populaire fietscafé de Hospes met een uitgebreid terras, dat op fraaie dagen gevuld is met fietsers. Tegenover dit café is het kruidenierswinkeltje Sint-Jan. Dit is eigendom van een collectief, dat 100 jaar geleden door dorpsgenoten is opgericht om voorzieningen in de het kleine dorp te behouden. Met de inkomsten van dit winkeltje werd vroeger de school gefinancierd. Dit is niet zonder strijd gegaan. In Strijp staat deze nog altijd bekend als de schoolstrijd. 100 jaar geleden was het dorp was vrij geïsoleerd tussen de heide. De kinderen moesten lopend over de zandpaden naar school in Leende. De Strijpenaren zetten zich in voor een eigen school maar de kerkelijke autoriteiten en de overheidsbesturen waren tegen. Dorpsbewoners richtten daarom een vereniging op voor het oprichten van een school en een winkel. De 60 leden brachten elk 200 gulden in, waarmee de beide voorzieningen gerealiseerd werden. Door een wetwijziging in 1920 moest de gemeente het schoolgebouw kopen en kon een winstbedrag uitgekeerd worden aan de inbrengers van het geld. Het schoolgebouw heeft dienst gedaan als set voor de film Help de dokter verzuipt.

    De Hospes

    De Hospes

    De winkel wordt nu verpacht aan een zelfstandige uitbater. Je kunt er ook belegde broodjes, ijsjes en koffie kopen. Voor de winkel is een zitje. Strijp staat ook bekend om de asperges die in het seizoen hun kopjes boven de grond steken om gestoken te worden.

    Het centrum van Strijp

    Het centrum van Strijp


    De bijna 500 inwoners van Strijp vormen nog altijd een hechte dorpsgemeenschap. Opmerkelijk is het thema Sint Jan: Behalve de winkel kent Strijp het Sint-Jansgilde, de Sint Baptistastraat en een fraaie Sint-Janskapel. Op 24 juni is het feest van Sint Jan. Dit wordt in diverse Spaanse steden, zoals als Barcelona, groots gevierd met de symbolen vuur en water. In Brabant geldt de regel: na Sint Jan zult gij géén asperges meer steken! Strijp staat nu in geheel in het teken van het 100-jarig jubileum. Aan veel huizen hangt speciale Strijpse vlag.

    Op zondag 12 juni vindt er rondom de kruidenierswinkel in Strijp een streekmarkt plaats, waar naast streekproducten ook oude en bijzondere ambachten zullen worden getoond in een gezellige ambiance. Tijdens alle publieksactiviteiten kun je in de nieuwe brede school aan de Sint Jan Baptistastraat ook de tentoonstelling over 100 jaar school en winkel bezoeken.

    Naast deze grotere evenementen, zal er tijdens deze 100-daagse festiviteiten, bij school- en andere activiteiten in de kern Leenderstrijp stil worden gestaan bij dit jubileum en de unieke aanleiding hiervan. Het Eeuwfeest wordt op zaterdag 9 juli afgesloten met een grootse reünie, voor iedereen die ooit op school heeft gezeten in Strijp, in de school of de winkel heeft gewerkt of bestuurlijk actief is geweest voor de school- of winkelvereniging. Alles over de geschiedenis van Strijp en de mensen die een belangrijke rol hebben gespeeld staat in het het rijk geïllustreerde boek Met vereende kracht dat uitgebreid de roerige en bijzondere geschiedenis van school en winkel in Leenderstrijp beschrijft. www.eeuwfeestleenderstrijp.nl

    In Strijp zijn twee boerencampings en op 1,5 km is natuurkampeerterrein Klein-Frankrijk aan een meertje: www.klein-frankrijk.nl.

    tentoonstelling-in-de-achelse-kluis

     

     

    Meer Fietsrondje verhalen ontvangen?

    Vul je emailadres in om een e-mail te ontvangen als er nieuwe fietsrondjes en fietsverhalen beschikbaar zijn op verkeersbureaus.info

     

    Comments are closed.