Een arme en een rijke oever in het Vechtdal

Het Vechtdal is gevormd door de ijstijd. Dit heeft gezorgd voor een arme en rijke oever. Men heeft getracht de rivier te temmen, maar nu krijgt het water meer vrijheid. Ontdek het zelf op de fiets vanuit het ministadje Ommen.
arme-oever-vecht

NOLS-stations

Op ons vertrekpunt valt onze blik onmiddellijk op het monumentale stationsgebouw van Ommen op uit 1903. Het gebouw lijkt ons fors uitgevallen voor dit lijntje met slechts één spoor. Het lijkt alsof de voormalige Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij (NOLS) indruk wilde maken met deze stations op hun lijn die ooit doorliep tot Delfzijl in Groningen. Alle stations werden ontworpen door slechts een architect: Eduard Cuypers, een neef van de befaamde kerkenbouwer en ontwerper van het Centraal Station en Rijksmuseum in Amsterdam. Men noemt dit de NOLS-stations. Op het Overijsselse deel van de Vechtdal-lijn pronken deze bouwwerken nog altijd in het landschap, maar op het deel van de lijn in Drenthe zijn deze stations vervangen door “functionelere bouwwerken.” In plaats van te slopen is voor het station van Ommen is een nieuwe functie bedacht: grand-café. Vanuit hun stoeltjes op het perron genieten de terrasgangers van het zonnetje. Ook wij laten ons verleiden. Deze service zou ieder station moeten bieden. Bespaart een hoop ergernis bij een vertraagde of uitgevallen trein.

In de IJstijd was de Vecht een gletsjer

We fietsen de Vechtdalroute, maar moeten toch even het dal uit. Het slingerende fietspad door de bossen gaat lichtjes op en neer. Henk Dooijes van het Nationaal Tinnen Figuren Museum in Ommen weet het fijn uit te leggen.

In de IJstijd was de Vecht een gletsjer, die zorgde voor een stuwwal aan de zuidkant en liet na het smelten van het ijs een breed drassig dal van vijftien kilometer breed aan de noordzijde van de Vecht. Het zuiden werd de rijke kant met prachtige landhuizen en aan de noordzijde moesten de boeren ploeteren om het moeras geschikt te maken voor landbouw en veeteelt.

Schippersvertier in herberg De Goede Vrouwe

We fietsen door het rijke deel. Vooral ook rijk aan natuurschoon met golvend landschap voor een deel bedekt met bossen. De bijtjes treffen hier bloemen aan te kust en te keur Er staan voldoende bloemen voor de bijen. “Honing te koop”, geeft een bordje voor een authentieke schuur aan een bordje eigen honing te koop In deze natuurlijke omgeving ligt het esdorp Beerze. Ooit was dit buurtschap een pleisterplaats voor de Vechtschippers. Zij zochten hun vertier een bezoek aan de schippersherberg “De Goede Vrouwe”. Nu is dit het theehuis van natuurkampeerterrein De Roos.
voldoende-bloemenpracht-voor-de-bijen

De huidige bebouwing is pas 150 jaar oud, maar de Saksische boerderijen zijn wel karakteristiek.

Uitzicht over de nieuwe meander

We lopen even naar de top van de uitkijkheuvel Distelbelt voor een blik over de nieuw gegraven meander de Mölnmarsch. Deze meander is gekomen om het natuurlijke karakter van de Vecht te herstellen, maar ook als overloopgebied bij hoge waterstand. De kunstmatige heuvel waar we op staan is gemaakt met het afgegraven zand voor de meander.
meander-weer-open

Aan de andere kant van de heuvel is de stuw van Diffelen. De barrière van de stuw maakte het de vissen onmogelijk om stroomopwaarts te zwemmen om naar hun paaiplaatsen te komen. Sinds enkele jaren is bij Diffelen nu een vistrap. Een wateromleiding brengt de vissen treetje voor treetje hoger om de stuw.

Broeders des gemenes leven

De informatiekapel Mariaborch brengt ons terug naar de rijke geschiedenis van het nietige Mariënberg. In de 14e eeuw stichten hier de Broeders des gemenes leven de Mariakapel. Ronde deze kapel ontstond de gemeenschap. De broeders en zusters van deze religieuze groepering waren volgelingen van Geert Grote: de grondlegger van de Moderne Devotie. De beweging ontstond doordat mensen niet tevreden waren met hun situatie door misstanden onder de geestelijkheid en in de kerkelijke leiding, maar bleef wel binnen de katholieke kerk. De broeders en zusters leefden in een bepaalde gemeenschap, maar wel in eigen huizen en zij legden geen kloostergelofte af.

Nu is bijna geheel Mariënberg gereformeerd: er zij zelfs twee kerken die het dorp splijten. Opmerkelijk is ook hier het fors uitgevallen station: eveneens van Eduard Cuypers. Het monument lijkt veel te groot voor een plaatsje met nog geen 1000 inwoners, maar het station heeft een belangrijke overstapfunctie voor reizigers van en naar Almelo. Ook dit gebouw is tegenwoordig grand-café.

Raddraaien over de Vecht

Ondertussen meandert de Vecht zich door het groen. Een fietspontje brengt ons naar de overkant. Tot voor enige jaren moest je zelf aan het rad draaien om de pont aan de overkant te krijgen, maar nu zorgt een zonnepaneel voor energie. Je moet geen haast hebben, maar je krijgt tijdens de vaart een wisselde blik vanaf het water over de Vecht.

Rietgedekte daken en gepotdekselde planken

Dit is dus de arme oever, maar het esdorp Rheeze komt voor ons bepaald niet arm over. In Rheeze is de afgelopen vijftien jaar veel opgeknapt. Alles in goede harmonie en met de functies wonen, bedrijvigheid, recreatie en landschap met als uitgangspunt: Rheeze leeft en mag geen museumdorp worden. Nieuwbouw is mogelijk, maar moet wel volgens de kenmerken van het dorp met rietgedekte daken, gepotdekselde planken en rietvlechtwerk. Om het groen te versterken zijn in 2001 maar liefst 1005 meter beukenhaag, 441 meter meidoornhaag, 91 hoogstamfruitbomen en 98 overige bomen geplant. De meeste historische gebouwen staan op een monumentenlijst. Op het terras van de Rheeze Kamer genieten we het uitzicht over de Brink van dit dorp en van biologische perensap met Vechtdal koek.
rheeze-kamer

We krijgen nog even een blik op de Vecht, maar dan gaan we wisselend door landerijen, bossen en heide: voor een deel over bospaadjes en karrensporen. Een bord tracht ons te verleiden voor een hoeve-ijsje. Ach kan geen kwaad. De verhalenpaal bij Hoogengraaven vertelt spannende verhalen uit het verleden, maar je moet wel op een voetpedaal heen en weer drukken.

arme-oever-vecht-3

Op Koesafari

Voor Arriën moeten we even van de route af. Deze gemeenschap met 300 zielen is te klein voor de titel dorp daarom is gekozen voor de naam buurtschap.
schapenweide-brink-rheeze
De Brink is onlangs geheel opnieuw ingericht. Ook rond deze Brink genieten we van schitterende Saksische boerderijen. Onder deze boerderijen valt onmiddellijk de Vechtdalhoeve op door de nostalgische trekker met een bontgekleurde aanhanger vol bankjes. Simone Jansen komt naar buiten en steek vol enthousiasme van wal: “Met dit voertuig doe ik mijn koesafari’s. Wij houden hier brandrode runderen. Deze staan niet in de wei of in stal, maar leven in de uiterwaarden van de Vecht. Feitelijk zijn het wilde koeien, die ook in winter buiten leven. Andere koeien kun je aaien, omhelzen, aanlijnen of desnoods wassen. Wanneer ze moeten werpen, helpt de boer of dierenarts vaak een handje. Nou, daar hoef je bij deze prachtige runderen niet mee aan te komen. Onze dieren zijn geheel zelfredzaam. Tijdens de koesafari laten wij de deelnemers kennis maken met onze runderen in hun natuurlijke leefomgeving.”
buurtschap-arrien-3

In de hoeve is een sfeervol streekproductenwinkeltje. Natuurlijk ontbreekt het malse vlees van de brandrode Vechtdalrunderen niet.

Doorwaasbare plaats

Langs de molen aan de Vecht komen we terug in Ommen. Dominant voor het kleine stadje is het gebouw van het Nationaal Tinnen Figuren Museum. Henk Dooijes van het museum vertelt:

Dit gebouw had vroeger een aantal functies. Het was het raadhuis, het kantoorgerecht, het belastingkantoor en het was ook nog een sociëteit. Hier was een doorwaadbare plaats in de Vecht en daar ontstond op een zandduin een nederzetting. In 1248 kreeg Ommen stadsrechten en mocht dus tol heffen. Vandaar deze locatie direct aan de Vecht. Ommen is echter nooit groot geworden, waarschijnlijk door de vele keren dat een oprukkend leger hier de Vecht overstak.

 

 

Het Tinnen Figuren Museum geeft een goed beeld van het leven van vroeger. Feitelijk vormen de figuren de stripverhalen uit de tijd voor het uitvinden van de boekdrukkunst.

statig-gebouw-voor-kleine-plaats
Het paleisachtig landhuis de Laet markeert duidelijk dat we weer aan de rijke oever van de Vecht zijn. Dit is een geliefde locatie voor society-huwelijken.

Het terras op het perron van station Emmen is nog steeds gevuld. Ook wij genieten hier opnieuw van een plaatsje in de zon.

  • Route informatie
  • De Vecht
  • Esdorpen
  • Andere fietsroutes
  • Horeca onderweg
  •  

     

    Routeinformatie

    Fietsroute: Vechtdal
    Land: Nederland
    Provincie: Overijssel
    Lengte: 43 km
    Beginpunt: station Ommen
    Eindpunt: station Ommen

    Ga bij de station bij de spoorbomen het spoor over en volg de knooppunten 44, 50, 51, 53, 55, 67, 66, 65, 64, 63, terug naar 64, 58, 57, 56, 54, 52, 43, richting 42, na ruim 1 km T-kruising Hardenbergerweg even 10 meter naar links naar het buurtschap Arriën, weer terug naar het kuispunt, 42, 49, richting 44, na nog geen km ben je terug bij het station.

    Bij het station is een toeristisch overstappunt (TOP). Er is een groot parkeerterrein en er staan informatiepanelen met tal van andere fietsroutes.

    Let op:
    Het pontje tussen knooppunt 65 en 66 is van 1 november tot 1 april uit de vaart! In de deze periode kun je over de brug tussen 66 en 57. Op 57 zit je weer op de route. Deze variant is ruim 6 km korter. Je kunt ook een extra lus maken via de brug voor Hardenberg: 65, 69, 46, 32, 31, 63. Daar ben je weer op de route.

     

     

    Meer Fietsrondje verhalen ontvangen?

    Vul je emailadres in om een e-mail te ontvangen als er nieuwe fietsrondjes en fietsverhalen beschikbaar zijn op verkeersbureaus.info

     

    De Vecht

    De Vecht is bijna 170 kilometer lang, maar slechts 60 kilometer stroomt door de Nederland. De precieze bron laat zich moeilijk vaststellen, omdat het water uit drie verschillende bronnen komt. De meest waarschijnlijke bron is aan het Südostrand van Darfeld in het Duitse Münsterland. De Vecht leent haar naam Vecht waarschijnlijk aan Prins Vechtan die rond de rond het jaar 400 in de stroom verdronk.

     

     

    De Vecht was tot ver in de 19e eeuw werd een belangrijk voor de scheepvaart. De vaartuigen waren platbodems: de zompen Het populaire Bentheimer zandsteen werd met zompen over de rivier vervoerd. Het Koninklijk Paleis op de Dam is gebouwd met Bentheimer zandsteen.

    De Vecht was echter in de zomermaanden nauwelijks bevaarbaar door de lage waterstand. Verder waren de vele bochten hinderlijk voor de scheepvaart. De vaartijd van de Duitse grens naar Zwolle bedroeg bijna 6 dagen.

    De waterstand daalde dramatisch

    In 1908 werd de Vecht gekanaliseerd. Veel meanders werden afgesneden. Na de werkzaamheden was het Nederlandse deel 25 kilometer korter. De waterstand daalde echter dramatisch. Door de spoorlijn was de waterverbinding feitelijk overbodig en ook nieuwe kanalen vormden een alternatief. In 1920 vond het besluit plaats om zeven stuwen aan te leggen om de waterstand te regulieren. Langs de oevers kwamen keien, waardoor de natuurlijke oevers met de zandstrandjes verdwenen. Scheepvaart is na deze ingreep alleen nog maar mogelijk tussen Zwolle en de stuw van Junne.

    Dankzij vistrappen weer 30 soorten vis

    Recent is er aandacht voor natuurontwikkeling. De rivier moet meer ruimte krijgen voor natuurlijke ontwikkeling. In het natuurreservaat Uilenkamp is weer een oude meander aangesloten op de rivier. Bij de stuwen van Junne en Diffelen zijn vistrappen aangelegd. Voor stroomopwaarts zwemmende vissen is het hoogteverschil van de stuw van ruim een meter een onneembare barrière, maar dankzij de trappen kunnen de waterdieren geleidelijk omhoog. Steeds meer vissen ontdekken nu de Vecht. Dankzij deze vistrappen leven nu 30 verschillende soorten vis in de Vecht.

    In 1998 dreigde er nog overstroming van Ommen, maar maatregelen worden nu op natuurlijke wijze genomen.

     

     

    2010 kwam het na hevige regenval tot overstromingen van het Duitse deel van de Vecht. Zo had het dorp Ohne met het karakteristieke fietsbruggetje over de Vecht flinke wateroverlast. De Bundeswehr (het Duitse leger), moest te hulp komen. Dankzij de maatregelen bleef het Nederlandse deel deze wateroverlast bespaard.

    Esdorpen

    Esdorpen zijn ontstaan rond een gemeenschappelijke weide die wat hoger gelegen was dan de omgeving. Deze kreeg de naam brink. De brink was ook een vluchtplaats voor mens en vee ten tijde van overstromingen, die in ons land regelmatig voorkwamen, toen het water nog niet getemd was. ’s Avonds dreven de schaapsherders hun kuddes naar de brink. Rond de brink verrezen boerderijen. In de stallen werd de mest van de schapen en de koeien verzameld om de landbouwgronden te bemesten. De uitwerpselen werden verzameld in potstallen, die aan de boerderijen waren gebouwd. Na vermenging met heideplaggen werd deze mest op de essen verspreid. Oorspronkelijk vormde de brink niet de kern van het dorp, maar gelijkelijk werd de brink een plaats van veehandel, die ook uitgroeide tot een tot een sociale ontmoetingsplaats onder de bomen met jaarmarkten en feesten. Vaak kwam er ook een muziekkapel op de brink. Vaak tref je ook grote zwerfkeien aan op de brink. Kenmerkend voor de brink is de ruime opzet en het rijkelijke groen op de brink zelf en in de doorkijkjes tussen de huizen en de boerderijen. De huizen en boerderijen staan niet netjes tegen elkaar De bomen zorgen voor de nodige schaduw. De brink komt ook voor in het Monopolyspel en is in dit spel aanzienlijk goedkoper dan de Amsterdamse Kalverstraat of de Haarlems Barteljorisstraat.

    Op het fietsrondje Vechtdal kom je door drie karakteristieke esdorpen: Beerze, Rheeze en Arriën met elk hun eigen verhaal. Je treft in deze dorpen vast wel iemand die je wat kan vertellen.

    Andere fietsroutes

    Het Vechtdal als uitgangspunt levert ook tal van mogelijkheden om te fietsen.

    De Internationale Vechtdal fietsroute****

    Deze route van 230 kilometer brengt je van Zwolle naar de bronnen bij Darsfeld in Duitsland. Bewegwijzerd als LF16 van Nederland Fietsland. Deze route is door de Duitse fietsersbond ADFC gekwalificeerd met 4 sterren.

    De Bergenroute

    Vanuit Ommen over de Archemenerberg en de 76 meter hoge Lemererberg en weer terug naar Ommen. Uitgezet op de fietsknooppunten.

    De Smaakfietsroute

    Deze route brengt je niet alleen langs de vecht naar Dalfsen en weer terug, maar ook langs culinaire hoogstandjes onderweg. Ook deze route is uitgezet op de bekende knooppunten.

    Overnachten

    Direct tegenover het station van Ommen is het fietsvriendelijke Hotel Hampshire Paping met zwembad en sauna voor na een fietsdag. Je kunt ook kiezen voor een Bed & Breakfast. Er zijn campings met alle voorzieningen, maar ook veel eenvoudige boerencampings. Bij Beerze is natuurkampeerterrein De Roos.

    Meer informatie over het Vechtdal
    www.VechtdalOverijssel.nl

    Horeca onderweg

    16,5 km bij 67 even van de route af richting 68 naar station Mariënburg
    Grand-café Spoor 7

    18.5 km tussen 66 en 57, Diffelen, c.a. 1 km voorbij de brug over de Vecht. Boerderij Restaurant De Gloepe.

    21 km bij 65, Oud Bergentheim
    Koffie en Theeschenkerij Schöttinck

    24.2 bij 63, Rheeze
    Rheeze Kamer

    34.6 bij 52, Stegeren, Restaurant de Bootsman.

    Comments are closed.